Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
1.Het verloop van de procedure
- het tussenvonnis van 27 januari 2025;
- de akte van gedaagden van 5 mei 2025;
- de antwoordakte van [eiser] van verzoekschrift van 8 september 2025.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
In deze zaak stond de uitleg van een testament centraal, waarbij eiser stelde dat zijn legaat van Cg 1 miljoen direct opeisbaar en toewijsbaar moest zijn. Het gerecht heeft onderzocht of de nalatenschap toereikend was om dit bedrag ineens uit te keren zonder verkoop van certificaten en aandelen.
De gedaagden hebben geen volledige inzage gegeven in de omvang van de nalatenschap, maar uit de beschikbare gegevens bleek dat de nalatenschap, exclusief certificaten, negatief was. Tevens is gebleken dat er geen betalingen aan de legatarissen zijn gedaan, behalve een regeling voor een ander kind van de erflater.
Het gerecht acht aannemelijk dat de erflater bij zijn testament een andere termijn voor opeisbaarheid van het legaat heeft bedoeld dan de wettelijke termijn van negen maanden. De formulering van het legaat en de wens tot voortzetting van het bedrijf ondersteunen deze uitleg. De vordering van eiser om het legaat nu opeisbaar te verklaren wordt daarom afgewezen.
Ten slotte is bepaald dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen, mede gelet op de onderlinge familieverhouding.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke opeisbaarheid van het legaat wordt afgewezen.