Partijen zijn in 1996 gehuwd en hebben twee kinderen. In 1996 is een perceel met daarop een woning in onverdeeld eigendom aan gedaagde en zijn zussen overgedragen. In 2003 sloten partijen een convenant waarin de woning aan eiseres werd toebedeeld. Na echtscheiding bleef eiseres met de minderjarige kinderen in de woning wonen tot 2019, toen de kinderen meerderjarig werden en zij de woning verliet.
Eiseres vordert dat gedaagde zijn medewerking verleent tot overdracht van de woning aan haar, dan wel een schadevergoeding betaalt. Gedaagde voert aan dat de woning onderdeel is van een onverdeeld perceel en niet juridisch gesplitst is, waardoor hij niet bevoegd is tot overdracht zonder instemming van mede-eigenaren. Tevens was de bedoeling dat eiseres slechts tijdelijk in de woning zou verblijven tot de kinderen meerderjarig waren.
Het gerecht past de Haviltex-maatstaf toe en oordeelt dat de woning juridisch niet gesplitst is en overdracht niet mogelijk is zonder instemming van mede-eigenaren. Het convenant kan niet zo worden uitgelegd dat gedaagde zijn aandeel in het perceel aan eiseres zou overdragen. Eiseres heeft zich ook niet als eigenaar gedragen. De vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.