Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
eiseres,
gemachtigden: mr. G.C.A. Scheperboer-Parris en mr. N.F.C. Themen-Cairo,
[gedaagde],
procederend in persoon.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
In deze kortgedingprocedure verzoekt eiseres, erfgenaam samen met haar broer en zus, machtiging tot verkoop van een woning die deel uitmaakt van de nalatenschap van hun overleden ouders. Eiseres woont samen met haar broer en diens gezin in de woning en wenst verkoop om haar deel te verzilveren en elders te wonen.
Gedaagde, haar broer, voert verweer en betwist dat de woning slecht wordt onderhouden. Hij wenst de nalatenschappen volledig af te wikkelen en wil de woning zelf kopen. Er is ook nog een andere woning in de nalatenschap en een zus woont in die woning.
Het gerecht overweegt dat een machtiging tot verkoop op grond van artikel 3:174 BW Pro alleen kan worden verleend bij gewichtige redenen en voldoende spoedeisend belang. Eiseres slaagt er niet in deze te onderbouwen. De situatie van samenwonen is onwenselijk maar niet voldoende voor verkoop. Er is geen bewijs van waardevermindering door slecht onderhoud en geen derde koper. De vordering wordt afgewezen.
Eiseres krijgt wel verlof om kosteloos te procederen en de proceskosten worden gecompenseerd zodat elke partij eigen kosten draagt. Het gerecht adviseert partijen om in overleg met alle erfgenamen tot verdeling van de nalatenschappen te komen.
Uitkomst: Het gerecht wijst het verzoek tot machtiging verkoop van de woning af wegens het ontbreken van gewichtige redenen en spoedeisend belang.