Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
,
1.Het verdere procesverloop
- het (tussen)vonnis van 25 april 2022;
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
In deze zaak stond de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap tussen twee echtelieden centraal. Het gerecht heeft het tussenvonnis van 25 april 2022 bevestigd en partijen de gelegenheid gegeven zich uit te laten over belastingschulden en geldleningen behorende tot de gemeenschap. Alleen eiser heeft hierop gereageerd, waarna het gerecht uitging van de juistheid van zijn stellingen.
De belastingschulden, waaronder die van Marroy B.V. en nog te betalen inkomstenbelasting, evenals geldleningen en een doorlopend krediet, werden vastgesteld en ieder voor de helft aan partijen toegerekend. Het gerecht bepaalde dat eiser, die De Frietboetiek voortzet, verantwoordelijk is voor de aflossing van deze schulden en dat hij de helft van de aflossingen op gedaagde kan verhalen.
Verder werden de activa verdeeld: aandelen in Marroy (Holding) B.V. aan eiser toegekend, en de kippengril, rashond en auto aan gedaagde. Gedaagde moet wegens overbedeling een bedrag aan eiser betalen. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege het feit dat partijen echtelieden zijn. Een vordering tot schadevergoeding van gedaagde werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap wordt vastgesteld met gelijke draagplicht voor schulden en compensatie van proceskosten.