Uitspraak
VONNIS van 12 september 2022
de naamloze vennootschap ALL KIND OF BUSINESS N.V,
de openbare rechtspersoon LAND CURACAO,
De procedure
De feiten
Het geschil
125.000,00
De beoordeling
Ad a:Zo acht het gerecht de waarde van het gestolen vuurwerk onvoldoende onderbouwd, zowel waar het betreft het aantal dozen als de gemiddelde waarde per doos.
- AKB stelt dat twee containers volledig zijn leeggeroofd,
- de in oktober 2020 afgeleverde container GVCU5324885 1.995 pakken vuurwerk bevatte (produktie 1 AKB),
- container HJCU1376103 op 3 november 2020 - dus 5 dagen voor de roof - 192 dozen en 709 stuks vuurwerk bevatte (produktie 3, bijlage 2 AKB),
- de directeur van AKB in de aangifte opgaf dat er 130 dozen met vuurwerk zijn gestolen en 35 dozen met vuurwerk zijn beschadigd (produktie 2 AKB),
- na de diefstal door het O.M. 12 dozen aan AKB zijn geretourneerd (produktie 2 AKB),
- de directeur van AKB in bijlage 1 bij de brief van 8 november 2020 vermeldde dat 119 dozen (met een waarde van NAƒ 105.000), een “ cake” en 71 “pagara” (met een waarde van NAƒ 7.100) waren gestolen en dat 18 dozen met een inhoud van 71 “pagara” waterschade hadden opgelopen (produktie 3, bijlage 1 AKB),
- de door AKB opgemaakte inventarislijst op de dag van de roof 119 dozen vermeldt alsmede waterschade aan 19 dozen (produktie 3, bijlage 3 AKB).
Ad b: AKB heeft foto’s overgelegd waarop is te zien dat speciale, voor containers bestemde hangsloten aan de containers waren bevestigd, en heeft een uitdraai van een webshop in het geding gebracht waaruit de prijs van dergelijke hangsloten valt op te maken. Het Land voert terecht aan dat in de aangifte de diefstal van maar 2 sloten is opgegeven. Het Land voert verder aan dat er geen bewijs van de aanschaf van de hangsloten is overgelegd., maar dat brengt niet met zich dat deze schade niet kan worden vergoed. Nu bij de diefstal twee containers zijn opengebroken acht het gerecht aannemelijk dat, zoals de directeur van AKB ook in de aangifte heeft vermeld, bij de diefstal in elk geval 2 van de hangsloten zijn vernield. AKB heeft die schade voldoende aannemelijk gemaakt en de hoogte van de schade komt het gerecht niet onredelijk voor, zodat voor deze schadepost een bedrag van NAƒ 680 zal worden toegewezen.
Ad e: De gevorderde inkomstenderving van NAƒ 4.666,67 onderbouwt AKB met de stelling dat zij vanaf de datum van de diefstal tot en met 26 november 2020 “enige” vuurwerkshows had ingepland voor NAƒ 3.500 per show. Zij voert daarbij aan dat die bedragen gedeeltelijk de kosten (als aankoop, vuurwerk invoerrechten, betaling software) dekken, dat de rest inkomen is voor AKB en dat die rest is geraamd op ongeveer 1/3e deel van de opbrengst, zijnde NAƒ 3.500 (hetgeen impliceert dat zij in de periode tot 26 november 2020 3 vuurwerkshows had ingepland). Het gerecht merkt op dat dit een lager bedrag is dan het gevorderde bedrag. Echter, ook los daarvan is volstrekt onduidelijk waarop de raming is gebaseerd dat 1/3e deel van de opbrengst winst is voor AKB.
Ad c: Het Land voert terecht aan dat AKB het bedrag van NAƒ 4.743,80 aan invoerrechten niet heeft onderbouwd: zij heeft geen duidelijke en met bewijsstukken onderbouwde berekening overgelegd waaruit volgt wat daadwerkelijk is voldaan aan invoerrechten voor het ingevoerde en later gestolen vuurwerk. Het gevorderde bedrag valt ook moeilijk te rijmen met de verklaring ter zitting dat AKB 71% aan invoerrechten (inclusief 9% OB) moet betalen en de hoogte van de inkoopprijzen van het vuurwerk. Zo vermeldt de invoice in productie 1 een bedrag van NAƒ 29.288,30 voor, zo lijkt het, alleen de invoer van het vuurwerk in container GVCU5324885.
Ad d: Uit het tussenvonnis van 6 september 2022 blijkt dat AKB in 2018 en 2019 in totaal NAƒ 141.550,50 heeft uitgegeven aan upgrading van de software om de vuurwerkshows uit te voeren, welk bedrag in drie jaren zou moeten worden afgeschreven. Thans stelt zij, met facturen onderbouwd, dat zij in 2020 nog eens NAƒ 40.075 daaraan heeft uitgegeven en dat het afschrijvingspercentage is vastgesteld op 40%. Hoe en door wie dat is vastgesteld, en waarom dat percentage zou moeten worden gehanteerd, heeft AKB niet gesteld en is dus onduidelijk. AKB zal de gelegenheid krijgen haar vordering beter te onderbouwen, (maar dit dus uitsluitend voor de situatie dat zij gelet op het onder 21 en 22 overwogene nog meent dat de kosten voor upgrading van de software een afzonderlijke schadepost vormen).
Ad f: AKB vordert NAƒ 125.000 aan reputatieschade. Zij voert in dit verband aan dat de diefstal uitgebreid in het nieuws is gekomen en dat daardoor een professionele honkballer, Jonathan Schoop, een contract van NAƒ 125.000 heeft opgezegd, dit hoewel AKB deze klant heeft aangegeven dat met de inhoud van de nieuwe container het contract toch zou kunnen worden nagekomen. AKB wenst deze klant als getuige te horen, maar het gerecht zal AKB eerst in de gelegenheid stellen haar stellingen nader te onderbouwen door overlegging van het contract en de opzegging en eventueel een verklaring van Schoop. Als komt vast te staan dat de diefstal heeft geleid tot de afzegging van een grote opdracht, dan valt die schade onder de winstderving. Van het door de klant te betalen bedrag van NAƒ 125.000 moeten immers de kosten (vuurwerk, invoerrechten, arbeidsloon, overhead en andere kosten) worden afgetrokken.