Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAC:2022:147

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
21 maart 2022
Publicatiedatum
20 juni 2022
Zaaknummer
CUR202002399
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:104 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schadevaststelling na diefstal vuurwerk uit het Kruithuis

In deze zaak vorderden AKOB en een natuurlijke persoon schadevergoeding van het Land Curaçao wegens diefstal van vuurwerk uit het Kruithuis. Het gerecht oordeelde in een tussenvonnis dat het Land aansprakelijk is voor de geleden schade.

De schadeposten betroffen onder meer de kosten van het gestolen vuurwerk, sloten, extra aanschafkosten, en inkomensderving door afgelaste shows en gegeven kortingen. Reputatieschade werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

De inkomensschade werd nader gespecificeerd: vijf shows werden geannuleerd en negen shows kregen korting, waarbij de schade op basis van stukken werd vastgesteld. De winstderving voor de geannuleerde shows werd geraamd op NAf 50.000.

Het gerecht veroordeelde het Land tot betaling van in totaal NAf 106.836,19, plus NAf 3.000 aan buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente vanaf 14 augustus 2020. Tevens werden proceskosten aan de zijde van eisers toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Het Land Curaçao wordt veroordeeld tot betaling van NAf 106.836,19 schadevergoeding, NAf 3.000 buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente vanaf 14 augustus 2020.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202002399
Vonnis d.d. 21 maart 2022
inzake

1.de naamloze vennootschap ALL KIND OF BUSINESS N.V.,

gevestigd in Curaçao,
2. [EISER},
wonende in Curaçao,
eisers,
gemachtigde: mr. N.B. Louisa,
tegen
HET LAND CURAÇAO,
gevestigd in Curaçao,
gedaagde,
gemachtigde: mr. A.C. Herrera.
Partijen zullen hierna AKOB, [eiser] (gezamenlijk in enkelvoud [eiser] c.s.) en het Land worden genoemd.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 6 september 2021;
  • de akte van [eiser] c.s. van 15 november 2021;
  • de antwoordakte van het Land van 7 februari 2022.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Het gerecht blijft bij hetgeen in het tussenvonnis van 6 september 2021 (hierna: het tussenvonnis) is overwogen en beslist. Voor zover [eiser] c.s. heeft verzocht terug te komen op eerder genomen beslissingen, ziet het gerecht daartoe geen aanleiding.
2.2.
In het tussenvonnis is geoordeeld dat het Land aansprakelijk is voor de door [eiser] c.s. geleden schade als gevolg van de diefstal van een partij vuurwerk uit het Kruithuis. Over de zeven schadeposten (a tot en met g) heeft het gerecht als volgt geoordeeld. De kosten van het gestolen vuurwerk (a) en de extra kosten (c) voor de aanschaf van nieuw vuurwerk komen voor vergoeding in aanmerking. [eiser] c.s. wordt daarmee in de situatie gesteld waarin hij zou verkeren als er geen diefstal van het vuurwerk zou hebben plaatsgevonden. Ook in dat geval zou hij immers (eenmaal) kosten hebben gemaakt voor de aanschaf van vuurwerk. De kosten van de sloten (b) zijn eveneens toewijsbaar geoordeeld. Wat betreft de invoerrechten en de upgrading van de software (d en e) is geoordeeld dat deze kosten normaliter worden doorberekend aan de klant en dus onderdeel uit (zullen) maken van de post inkomens/winstderving (f). Wat betreft de gevorderde reputatieschade (g) is geoordeeld dat niet is onderbouwd en niet aannemelijk is geworden dat [eiser] c.s. reputatieschade heeft geleden, zodat dit deel van de vordering zal worden afgewezen.
2.3.
Over de inkomensschade (f) is in het tussenvonnis overwogen:
4.14. [
eiser] c.s. stelt dat hij een aantal vuurwerkshows had gepland in de periode van de datum van de diefstal tot en met december 2019 en dat sprake is van inkomensderving. Het Land heeft aangevoerd dat de schade niet voldoende is onderbouwd.
4.15.
Ter zitting is duidelijk geworden dat de schade zoals (nu) door [eiser] c.s. is gevorderd, niet de inkomensschade is die hij (mogelijk) heeft geleden. Er is volgens [eiser] c.s. enerzijds sprake van inkomensderving als gevolg van door hem gegeven kortingen. Hij moest die kortingen geven vanwege de mindere kwaliteit van de shows, aldus [eiser] c.s. Anderzijds stelt [eiser] c.s. schade te hebben geleden als gevolg van shows die in december 2019 zouden worden uitgevoerd en die zijn geannuleerd door de opdrachtgevers nadat ze hadden gehoord dat het vuurwerk was gestolen. Ter zitting heeft [eiser] c.s. gesteld dat het gaat om de shows die zijn weergegeven in productie 1 van [eiser] c.s. met nummers 139, 140 en 143-146. [eiser] c.s. heeft echter vooralsnog niet voldoende onderbouwd welke schade hij als gevolg hiervan heeft geleden. Het gerecht zal [eiser] c.s. in de gelegenheid stellen om dit bij akte alsnog te doen.
4.16. [
eiser] c.s. dient bij akte gemotiveerd (met offertes, facturen, bankafschriften en/of verklaringen) te onderbouwen;
-
bij welke uitgevoerde vuurwerkshows hij korting heeft gegeven en wat in dat geval de hoogte is geweest van de korting;
-
welke geplande shows zijn afgezegd door de afnemers en wat in dat geval de misgelopen inkomsten zijn (geweest).
2.4.
Bij akte is door [eiser] c.s. teruggekomen op een aantal stellingen die ter zitting zijn ingenomen over afgelaste vuurwerkshows. Er zijn bij nadere beschouwing vijf shows afgelast en er is bij negen shows een korting gegeven. Dat er vijf shows zijn afgelast en dat er korting is gegeven is door [eiser] c.s. met stukken onderbouwd en is niet betwist door het Land, zodat het gerecht daar vanuit gaat. [eiser] c.s. heeft in totaal voor een bedrag van NAf 24.600 korting gegeven. Deze inkomsten heeft [eiser] c.s. dus misgelopen, terwijl daar geen bespaarde kosten tegenover staan, zodat dit bedrag zal worden toegewezen als winstderving.
2.5.
Voor de vijf afgelaste shows geldt het volgende. De shows vertegenwoordigen een totaalbedrag aan (potentiële) opbrengsten van NAf 79.500. Dat betekent echter niet, zoals ook het Land heeft aangevoerd, dat het gehele bedrag toewijsbaar is. [eiser] c.s. heeft immers voor deze afgelaste shows geen vuurwerk hoeven verbruiken en heeft daarnaast kosten kunnen besparen, zoals arbeidskosten. Op basis van de overgelegde stukken kan niet afdoende concreet worden beoordeeld welk deel van het bedrag van NAf 79.500 ziet op misgelopen winst (misgelopen opbrengsten minus bespaarde kosten). Op basis van de beschikbare gegevens over kosten en baten kan wel tot een verantwoorde schatting van de winstderving worden gekomen. Het gerecht zal de schade op dit onderdeel daarom op de voet van artikel 6:104 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) begroten en wel op
NAf 50.000.
2.6.
Het voorgaande betekent dat in totaal NAf 106.836,19 zal worden toegewezen, bestaande uit NAf 21.301,58 (a), NAf 2.380 (b), NAf 8.554,61 (c) en
NAf 74.600 (f, inbegrepen d en e). De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden toegewezen tot een bedrag van NAf 3.000, conform het procesreglement (1,5 punt van het tarief NAf 2.000). De wettelijke rente zal, zoals gevorderd, worden toegewezen vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift.
2.7.
Het Land zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze kosten worden, gebaseerd op het toegewezen bedrag, aan de zijde van [eiser] c.s. tot op heden begroot op:
explootkosten NAf 379,15
griffierecht NAf 750
salaris gemachtigde
NAf 5.000 +(2,5 punt)
totaal: NAf 6.129,15

3.De beslissing

Het gerecht:
3.1.
veroordeelt het Land tot betaling aan [eiser] c.s. van NAf 106.836,19, te vermeerderen met een bedrag van NAf 3.000 aan buitengerechtelijke kosten en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2020;
3.2.
veroordeelt het Land in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] c.s. tot op heden begroot op NAf 6.129,15;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Nootenboom-Lock, rechter, en op 21 maart 2022 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.