Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAC:2020:35

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
4 maart 2020
Publicatiedatum
6 maart 2020
Zaaknummer
CUR201900454 en CUR201900455
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Uitkomst
Intrekking
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 15 lid 3 Landsverordening op het beroep in belastingzakenArtikel 18 lid 5 Landsverordening op het beroep in belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding griffierecht na intrekking beroep wegens tegemoetkoming Inspecteur

Belanghebbende ontving voorlopige aanslagen premie AOV/AWW en AVBZ voor 2018 en maakte bezwaar. De Inspecteur kwam gedeeltelijk tegemoet door de aanslagen te verminderen. Belanghebbende stelde beroep in en betaalde griffierecht. Kort voor de zitting gaf de Inspecteur aan dat definitieve aanslagen zouden worden opgelegd die volledig tegemoetkomen aan de bezwaren. Hierdoor trok belanghebbende het beroep in en verzocht om vergoeding van het griffierecht.

Het Gerecht beoordeelde dat op grond van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door de Inspecteur, de Inspecteur het griffierecht moet vergoeden. Dit volgt uit een redelijke toepassing van de wet en eerdere jurisprudentie. Omdat belanghebbende niet om proceskostenvergoeding vroeg, maar alleen om griffierechtvergoeding, werd dit verzoek toegewezen.

Het Gerecht verklaarde het beroep gegrond, wees het verzoek tot vergoeding van het griffierecht toe en droeg de Inspecteur op het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 4 maart 2020 door rechter A.J.H. van Suilen.

Uitkomst: De Inspecteur wordt opgedragen het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

Uitspraak van 4 maart 2020
BBZ nrs. CUR201900454 en CUR201900455
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:
[Belanghebbende], wonende te Curaçao,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,
de Inspecteur.

1.PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbende zijn met dagtekening 29 juni 2018 voorlopige aanslagen premie AOV/AWW en premie AVBZ voor het jaar 2018 opgelegd.
1.2
Belanghebbende heeft op 11 juli 2018 daartegen bezwaar gemaakt.
1.3
De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 31 januari 2019 de voorlopige aanslagen verminderd.
1.4
Belanghebbende heeft op 7 februari 2019 beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.
1.5
De zitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2020 te Willemstad. Belanghebbende is verschenen, bijgestaan door [A]. Namens de Inspecteur is verschenen [B].

2.OVERWEGINGEN

2.1
De Inspecteur heeft in een e-mailbericht van 26 februari 2020 aan belanghebbende geschreven dat binnenkort de definitieve aanslagen premie AOV/AWW en premie AVBZ voor het jaar 2018 worden opgelegd en dat daarin volledig wordt tegemoetgekomen aan belanghebbendes bezwaren tegen de voorlopige aanslagen AOV/AWW en premie AVBZ voor het jaar 2018.
2.2
Gelet op voornoemde mededeling heeft belanghebbende ter zitting haar beroep ingetrokken. Tegelijk met deze intrekking heeft belanghebbende verzocht om een vergoeding van het betaalde griffierecht.
2.3
In artikel 15, lid 3, Landsverordening op het beroep in belastingzaken (hierna: LBB) is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep, omdat de Inspecteur geheel of gedeeltelijk aan de belanghebbende is tegemoetgekomen, de Inspecteur op verzoek van de belanghebbende bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 15, lid 1, LBB in de kosten kan worden veroordeeld. Dit betreft de proceskosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. In dit geval heeft belanghebbende echter niet verzocht om vergoeding van de proceskosten, maar slechts om vergoeding van het betaalde griffierecht.
2.4
In artikel 18, lid 5, LLB is bepaald dat, indien het Gerecht het beroep geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart, de uitspraak tevens inhoudt dat de Inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoedt. In dit geval is het beroep ingetrokken omdat de Inspecteur is tegemoetgekomen aan belanghebbende. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat ook dan de Inspecteur het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoedt (vgl. GEA Curaçao 24 juli 2017, nr. CUR201600238, ECLI:NL:OGEAC:2017:96).
2.5
Gelet op het vorenstaande is het beroep gegrond.

3.DE BESLISSING

Het Gerecht:
 verklaart het beroep gegrond;
 wijst het verzoek tot vergoeding van griffierecht toe; en
 draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 50 te vergoeden.
Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 4 maart 2020, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.
HOGER BEROEP
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
Wilhelminaplein 4
Willemstad
Curaçao
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:
belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.
Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:
- natuurlijke personen: NAf. 200
- personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf. 500