Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende kocht in 2013 samen met haar echtgenoot een woonhuis en werd in 2017 na scheiding de enige eigenaar. In 2017 woonde zij echter niet in het woonhuis, maar bij haar moeder op een ander adres. Het woonhuis was in dat jaar onbewoond vanwege de bouwvallige staat.
Belanghebbende voerde in haar belastingaangifte over 2017 rente en kosten van een lening voor het woonhuis op als persoonlijke lasten, maar de Inspecteur accepteerde deze niet. Het geschil spitste zich toe op de vraag of het woonhuis in 2017 als hoofdverblijf ter beschikking stond.
Het Gerecht oordeelde dat het woonhuis niet als hoofdverblijf ter beschikking stond in 2017 en dat de rentekosten daarom niet aftrekbaar zijn. Ook het beleid dat kosten in de twee jaren voorafgaand aan bewoning aftrekbaar zijn, bood geen grond voor aftrek in dit geval. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat het woonhuis in 2017 niet als hoofdverblijf ter beschikking stond en de hypotheekrente daarom niet aftrekbaar is.