De werknemer trad op 1 oktober 2019 in dienst bij Nultwintig Personeel B.V. als ober met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en een 32-urige werkweek. Door de coronamaatregelen werd het restaurant vanaf 16 maart 2020 gesloten, waarna de werkgever eenzijdig voorstelde het contract om te zetten naar een nul-urencontract of ontslag aan te vragen.
De werknemer weigerde dit en eiste doorbetaling van zijn loon en verstrekking van loonstroken. De werkgever betaalde vanaf 16 maart 2020 geen loon meer en startte een ontslagprocedure. De werknemer vorderde in kort geding betaling van loon vanaf 17 maart 2020 tot rechtsgeldige beëindiging van het dienstverband, betaling van feestdagentoeslagen, en verstrekking van loonstroken.
Het gerecht oordeelde dat de werkgever weliswaar door de coronacrisis in een verslechterde financiële positie was gekomen, maar dat het voorstel tot volledige loonstop en nul-urencontract niet redelijk was. De werkgever had onvoldoende bewijs geleverd van haar financiële situatie en afwijzing van de NOW-aanvraag. De loonvordering werd toegewezen, de vordering voor feestdagentoeslagen afgewezen wegens betwisting, en de verstrekking van loonstroken toegewezen.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het loon vanaf 17 maart 2020 tot rechtsgeldige beëindiging van het contract en verstrekking van loonstroken, met proceskostenveroordeling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.