Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, ingezetene van Curaçao, maakte bezwaar tegen een aanslag premie ABVZ over het jaar 2016. Het geschil betrof de vraag of de AOW-uitkering, die ook in Nederland wordt belast, in Curaçao ook premieplichtig is voor de AVBZ. Belanghebbende stelde dat de AOW-uitkering in mindering moest worden gebracht op de premiegrondslag omdat hierover in Nederland al premies ziektekosten werden geheven.
De Inspecteur handhaafde de aanslag waarbij het pensioeninkomen werd belast tegen 1,5% en de AOW-uitkering tegen 2%. In de bezwaarfase werd het volledige inkomen tegen 1,5% belast. Het Gerecht oordeelde dat de AOW-uitkering volgens de Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten (LAVBZ) ook tot het premie-inkomen behoort en dat de premieheffing voor de ABVZ buiten de Belastingregeling Nederland Curaçao valt, die alleen op inkomstenbelasting ziet.
Daarmee is het beroep ongegrond verklaard. Het Gerecht zag geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter D.J. Jansen op 15 januari 2020 in Willemstad.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag premie ABVZ wordt gehandhaafd.