Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, ingezetene van Curaçao, maakte bezwaar tegen een aanslag premieheffing AOV/AWW 2016 waarbij het ABP-pensioen uit Nederland in de heffing werd betrokken. De Inspecteur handhaafde de aanslag, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao.
Belanghebbende stelde dat de Inspecteur het gelijkheidsbeginsel had geschonden omdat in vergelijkbare gevallen artikel 12a van de Gezamenlijke beschikking AOV/AWW en loonbelasting 1976 wel werd toegepast, waardoor in die gevallen geen aanslag werd opgelegd. Het Gerecht oordeelde echter dat deze gevallen zich na de dagtekening van het aanslagbiljet hadden voorgedaan en daarom niet in de vergelijking konden worden betrokken.
Verder was niet aannemelijk dat de genoemde gevallen gelijk waren aan die van belanghebbende. Het Gerecht bevestigde dat het ABP-pensioen terecht in het premie-inkomen werd betrokken en dat de wet juist was toegepast. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag premieheffing AOV/AWW 2016 wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd.