Belanghebbende, een onderneming gevestigd in Curaçao, kreeg op 30 september 2014 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over januari 2014 ter hoogte van Naf. 60.426. Na bezwaar en handhaving van de aanslag door de Inspecteur, kwam belanghebbende in beroep bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao.
Tijdens de procedure werd duidelijk dat de naheffingsaanslag op 11 februari 2016 was verminderd naar nihil, waardoor het beroep tegen de aanslag feitelijk geen belang meer had en daarom kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. Daarnaast werd het beroep tegen de afwijzing van een verzoek om kostenvergoeding in de bezwaarfase ongegrond verklaard, omdat er in die fase geen kostenvergoeding was aangevraagd.
Het Gerecht heeft op 7 juni 2017 uitspraak gedaan, waarbij het beroep tegen de aanslag niet-ontvankelijk werd verklaard en het beroep tegen de kostenvergoeding ongegrond. Partijen kunnen binnen twee maanden schriftelijk verzet instellen tegen deze uitspraak.