ECLI:NL:OGEAC:2016:57
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen aanslag premieheffing Algemene Ouderdomsverzekering
Belanghebbende, inwoner van Curaçao en directeur en enig aandeelhouder van een Nederlandse BV, ontving een bestuurdersbeloning waarop Nederlandse loonbelasting en premie volksverzekeringen zijn ingehouden. De Inspecteur legde een aanslag premieheffing Algemene Ouderdomsverzekering (AOV) op, welke belanghebbende betwistte met beroep.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende als verzekerde in de zin van de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering (LAOV) premieplichtig is in Curaçao, dan wel dat hij op grond van zijn werkzaamheden in Nederland verzekerd is volgens de Nederlandse AOW-regeling. Belanghebbende stelde dat hij buiten de Nederlandse Antillen in dienstbetrekking arbeid verricht en in Nederland verzekerd is, waardoor hij niet premieplichtig zou zijn in Curaçao.
Het Gerecht oordeelde dat de BRK niet van toepassing is op premieheffing en dat de hoofdregel van artikel 5 LAOV Pro geldt, waarbij ingezetenen tussen 15 en 60 jaar premieplichtig zijn, tenzij zij buiten de Nederlandse Antillen in dienstbetrekking arbeid verrichten en in het andere land verzekerd zijn. Omdat de civielrechtelijke verhouding tussen bestuurder en BV geen arbeidsovereenkomst vormt en de BV niet binnen de Nederlandse Antillen is gevestigd, is er geen dienstbetrekking. Hierdoor is belanghebbende premieplichtig in Curaçao. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag premieheffing AOV wordt ongegrond verklaard.