Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET GESCHIL
5.BESLISSING
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- handhaaft de aanslag.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende was in 2012 in dienst bij een werkgever die door het toepassen van een foutieve tarieventabel te weinig loonbelasting heeft ingehouden op het loon van belanghebbende en andere werknemers. De Inspecteur corrigeerde dit tekort door een aanslag inkomstenbelasting op te leggen aan belanghebbende. Belanghebbende stelde dat de naheffing bij de werkgever had moeten plaatsvinden en dat de aanslag op haar moest worden verminderd.
De Inspecteur verklaarde het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. Tijdens de procedure werd vastgesteld dat de hoogte van de niet ingehouden loonbelasting niet ter discussie stond en dat de Inspecteur de keuze heeft tussen naheffing bij werkgever of werknemer.
Het Gerecht oordeelde dat de jurisprudentie van de Hoge Raad geen verplichting oplegt om een naheffingsaanslag aan de werkgever op te leggen in plaats van een navorderingsaanslag aan de werknemer, tenzij de beginselen van behoorlijk bestuur worden geschonden. In dit geval is dat niet het geval. Het beroep werd gegrond verklaard omdat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard, de aanslag werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de aanslag gehandhaafd.