ECLI:NL:OGEAC:2011:BQ0627
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsopvolging bestuursorganen en hoorplicht bij tewerkstellingsvergunning Curaçao
Eiseres had een aanvraag ingediend voor een tewerkstellingsvergunning voor een werknemer, welke door het Bestuurscollege van Curaçao werd afgewezen. Na een ongegrondverklaring van het bezwaarschrift door het bestuursorgaan, stelde eiseres beroep in bij het Gerecht in eerste aanleg.
Het geschil betrof onder meer de vraag welk bestuursorgaan bevoegd is na de opheffing van de Nederlandse Antillen en de overgang naar het land Curaçao. Het Gerecht oordeelde dat de Minister van Sociale Ontwikkeling als rechtsopvolger van het Bestuurscollege bevoegd is op grond van de Overgangsregeling en de Staatsregeling van Curaçao. De stelling van verweerder dat de Regering bevoegd is, werd verworpen vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag.
Daarnaast werd geoordeeld dat eiseres in de bezwaarprocedure op grond van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) recht heeft op een hoorzitting. Het bestuursorgaan moet een volledige heroverweging van het primaire besluit maken, waarbij het horen van partijen een wezenlijk onderdeel is. Het Gerecht verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden beschikking en droeg de Minister op binnen vier maanden opnieuw te beslissen na het horen van eiseres. Tevens werd het Land Curaçao veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de beschikking vernietigd en de Minister opgedragen opnieuw te beslissen na het horen van eiseres.