ECLI:NL:OGEABES:2025:87

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
22 oktober 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
BON202400550
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over gezag, hoofdverblijfplaats, kinderalimentatie en omgang van een minderjarige

In deze zaak heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 22 oktober 2025 een beschikking gegeven met betrekking tot het gezag, de hoofdverblijfplaats, kinderalimentatie en omgang van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in Curaçao. De verzoeker, de man, en de verweerster, de vrouw, zijn betrokken bij deze procedure. De Voogdijraad Caribisch Nederland heeft advies uitgebracht over de gezagssituatie en de omgangsregeling. De man heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven geen bezwaar meer te hebben tegen het eenhoofdig gezag van de vrouw over [minderjarige]. Het gerecht heeft besloten dat de vrouw het eenhoofdig gezag krijgt en dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij haar zal zijn.

Wat betreft de kinderalimentatie heeft het gerecht vastgesteld dat de man een bijdrage van USD 315,47 per maand moet betalen, met ingang van 1 november 2025. Dit bedrag is gebaseerd op de berekeningen van de Voogdijraad, waarbij rekening is gehouden met de woonlasten van de vrouw, die samenwoont met haar partner. De omgangsregeling is vastgesteld op basis van het advies van de Voogdijraad, waarbij [minderjarige] in de vakanties bij de man zal zijn, tenzij anders overeengekomen. De kosten voor het vervoer van [minderjarige] worden door beide partijen gedeeld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissingen onmiddellijk moeten worden nageleefd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202400550
datum beslissing: 22 oktober 2025
BESCHIKKING
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te Curaçao,
verzoeker, hierna: de man,
procederend in persoon,
tegen
[verweerster],
wonende te Bonaire,
verweerster, hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. J.D.C. Sintiago,
met betrekking tot de minderjarige:
-
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in Curaçao (hierna: [minderjarige]).
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES is in de procedure gekend:
de Voogdijraad Caribisch Nederland(hierna: de voogdijraad).

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure tot en met 12 februari 2025 blijkt uit de beschikking van die datum. Vervolgens heeft de Voogdijraad op 21 augustus 2025 een advies ingediend over het gezag en de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] en over de omgang. Op 22 augustus 2025 heeft de Voogdijraad een advies ingediend over de kinderalimentatie.
1.2. [
minderjarige] is uitgenodigd voor een kindgesprek met de rechter op 30 september 2025.
1.3.
Op 1 oktober 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden waar zijn verschenen:
  • de man (via videoverbinding),
  • de vrouw
  • namens de Voogdijraad, mevr. [medewerker Voogdijraad]
  • namens ZJCN, mevr. [medewerker ZJCN] en mevr. [medewerker ZJCN]
  • mevrouw K. Thielman, tolk in de Papiamentse taal.
1.4.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In de tussenbeschikking van 12 februari 2025 heeft het gerecht de Voogdijraad verzocht om onderzoek te doen naar de gezagssituatie, hoofverblijfplaats, omgangsregeling en kinderalimentatie. De Voogdijraad heeft advies uitgebracht.
Gezag en hoofdverblijf
2.2.
De Voogdijraad heeft geadviseerd om de vrouw te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige]. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man laten weten dat hij daar niet langer een bezwaar tegen heeft. Het gerecht zal dienovereenkomstig beslissen. Dit brengt mee dat de hoofverblijfplaats van [minderjarige] ook bij de vrouw zal zijn.
Kinderalimentatie
2.3.
Artikel 1:404 BW BES bepaalt dat ouders verplicht zijn naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen.
2.4.
De Voogdijraad heeft een advies uitgebracht. In reactie op dat advies heeft de man opgemerkt dat de vrouw samenwoont met haar huidige partner, waar in de berekeningen geen rekening mee is gehouden. Omdat de vrouw niet heeft weersproken dat zij samenwoont, zal het gerecht dat gegeven bij de vaststelling van de kinderalimentatie betrekken. Dat betekent dat rekening wordt gehouden met een gehalveerde forfaitaire woonlast aan de zijde van de vrouw omdat zij de woonlast kan delen met haar nieuwe partner.
2.5.
Het gerecht zal daarom de kinderalimentatie vaststellen volgens de berekeningen van de Voogdijraad met dien verstande dat wordt uitgegaan van een gehalveerde forfaitaire woonlast van USD 798 per maand. Het gerecht komt uit op een door de man te betalen alimentatie van USD 315,47 per maand, bij vooruitbetaling te betalen op de eerste dag van elke maand. De datum waarop de door het gerecht vast te stellen kinderalimentatie ingaat, wordt bepaald op 1 november 2025, zijnde de eerste dag van de maand volgend op deze uitspraak. Volgens de wet- en regelgeving moet kinderalimentatie aan de Belastingdienst CN worden betaald. Het gerecht zal dit vastleggen in het dictum van deze beschikking.
Omgang
2.6.
Mede op basis van hoe het ook al ging, heeft de Voogdijraad geadviseerd dat [minderjarige], in ieder geval, de helft van elke schoolvakantie naar de man zal gaan. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen laten weten dat [minderjarige] in de regel de gehele vakantie bij de man is, uitzonderingen daargelaten. Het gerecht zal dat als uitgangspunt nemen bij de vaststelling van de omgang. Tijdens de zitting hebben partijen verklaard dat zij inmiddels over [minderjarige] onderling goed overleg hebben. Het gerecht zal de omgang tussen [minderjarige] en de man als volgt bepalen dat [minderjarige] in de vakanties bij de man zal zijn, tenzij partijen anders afspreken. Omdat de man gehouden is bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding [minderjarige], zal het gerecht verder bepalen dat partijen de kosten voor het vervoer ieder bij helfte dragen.
De uitvoerbaarheid bij voorraad
2.7.
Het gerecht zal de beslissingen waar mogelijk uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing.

3.De beslissing

Het gerecht:
3.1.
bepaalt dat [verweerster] eenhoofdig belast wordt met het gezag over:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in Curaçao;
3.2.
verstaat dat de griffier de gezagsbeslissing onder 3.1. aantekent in het gezagsregister;
3.3.
stelt tussen [minderjarige] en de man de volgende omgangsregeling vast:
- tenzij partijen in goed overleg anders afspreken, brengt [minderjarige] de vakanties bij de man door en betalen partijen de kosten van vervoer ieder voor de helft;
3.4.
bepaalt de door de man [verzoeker], te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige
-
[minderjarige]
met ingang van 1 november 2025 op USD 315,47 per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen op de eerste van elke maand aan de Belastingdienst Caribisch Nederland;
3.5.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.