De moeder en vader zijn in geschil over de vaststelling van kinderalimentatie en een omgangsregeling voor hun minderjarige kind, geboren in 2013 in Venezuela. Eerder was een voorlopige bijdrage vastgesteld, maar de vader had deze onterecht verlaagd na een herberekening door de Voogdijraad, die slechts een advies uitbracht. De Voogdijraad maakte een herberekening van de draagkracht van beide ouders, rekening houdend met eerdere verplichtingen van de vader ten behoeve van twee andere minderjarigen in Portugal.
De behoefte van het kind werd vastgesteld op USD 730 per maand, inclusief extra kosten voor Nederlandse en Engelse taalbijlessen en opvang bij het Kidscollege, noodzakelijk vanwege de recente verhuizing van het kind naar Bonaire en de taalachterstand. De ouders hebben gelijke draagkracht, waardoor ieder de helft van de behoefte moet bijdragen, zijnde USD 365 per maand. Deze definitieve bijdrage gaat in per 1 december 2025.
Daarnaast heeft de Voogdijraad geadviseerd een voorlopige omgangsregeling vast te stellen voor drie maanden met zes omgangsmomenten. Ouders hebben een regeling getroffen waarbij vader het kind op woensdag en donderdag na school ophaalt en terugbrengt, en om de twee weken op zaterdag omgang heeft. Deze regeling kan in onderling overleg worden uitgebreid. De omgangsregeling wordt geëvalueerd op 10 december 2025, waarbij het kind ook wordt gehoord.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de behandeling wordt aangehouden tot de evaluatie van de omgangsregeling.