In deze zaak heeft de man, wonende te Haïti, een verzoekschrift ingediend voor echtscheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap met de vrouw, wonende te Bonaire. De procedure begon op 3 juni 2025 en de mondelinge behandeling vond plaats op 17 september 2025. De vrouw is niet verschenen en er is verstek verleend. De partijen zijn op 14 september 2013 in Pétion-Ville (Haïti) in gemeenschap van goederen gehuwd en hebben een minderjarig kind, geboren in 2016 te Bonaire.
De man verzoekt de echtscheiding uit te spreken en de scheiding van tafel en bed, met gezamenlijke ouderlijk gezag over het minderjarige kind en de hoofdverblijfplaats bij de vrouw. Het gerecht heeft vastgesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en heeft het verzoek tot echtscheiding toegewezen. De man heeft verklaard dat de huwelijksgoederengemeenschap alleen uit roerende zaken bestaat en dat er geen overeenstemming is over de verdeling. Het gerecht heeft daarom de verdeling van de huwelijksgemeenschap bevolen en een onzijdig persoon benoemd voor het geval de vrouw niet meewerkt.
De beslissing over de echtscheiding zal niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, omdat deze pas tot stand komt door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand. De zaak is verwezen naar de rolzitting van 29 oktober 2025, waar de man in de gelegenheid wordt gesteld om een verklaring van de vrouw in te brengen over gezamenlijk gezag en de hoofdverblijfplaats van het minderjarige kind. De beschikking is gegeven door rechter J.M.J. Keltjens en openbaar uitgesproken op 17 september 2025.