In deze zaak heeft de vrouw, wonende te Bonaire, een verzoekschrift ingediend voor echtscheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap met de man, die in Suriname woont. De procedure begon met de indiening van het verzoekschrift op 6 mei 2025, gevolgd door een mondelinge behandeling op 17 september 2025, waarbij de vrouw aanwezig was met haar gemachtigde, mr. E.J. Winkel. De man was niet verschenen en er is verstek verleend. De vrouw verzocht om de echtscheiding uit te spreken en om de man te veroordelen tot medewerking aan de scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap, met benoeming van een onzijdig persoon voor het geval de man niet zou meewerken.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het huwelijk tussen partijen duurzaam is ontwricht en heeft het verzoek tot echtscheiding toegewezen op basis van artikel 1:151 BW BES. De vrouw heeft verklaard dat de huwelijksgoederengemeenschap alleen uit roerende zaken bestaat en dat er geen overeenstemming is bereikt over de verdeling. Daarom heeft de rechtbank besloten om de verdeling van de huwelijksgemeenschap te bevelen en een onzijdig persoon te benoemen, in dit geval deurwaarder M.A.A. Manuel-Bernabela, voor het geval de man niet zou meewerken aan de verdeling.
De rechtbank heeft ook bepaald dat de beslissing over de echtscheiding niet uitvoerbaar bij voorraad is, omdat deze pas effect heeft na inschrijving in de registers van de burgerlijke stand. De proceskosten zijn gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. De beschikking is uitgesproken door rechter mr. J.M.J. Keltjens op 17 september 2025.