ECLI:NL:OGEABES:2025:42

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
1 oktober 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
BON202500448
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding tussen verzoekers met gezamenlijke minderjarige kinderen en bijbehorende regelingen

In deze zaak heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 1 oktober 2025 uitspraak gedaan in een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding van twee verzoekers, een man en een vrouw, die op 8 juni 2018 te Texel zijn gehuwd. Het verzoekschrift is op 3 september 2025 ingediend, en de rechter heeft bepaald dat een mondelinge behandeling niet nodig was. De man en de vrouw hebben op 25 augustus 2025 een echtscheidingsconvenant en een ouderschapsplan opgesteld. De rechter heeft vastgesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en heeft het verzoek tot echtscheiding toegewezen op basis van artikel 1:151 BW BES. Tevens is besloten dat beide verzoekers gezamenlijk belast blijven met het gezag over hun minderjarige kind, dat op [geboortedatum] 2020 te Amsterdam is geboren. De beschikking bevat ook bepalingen over de aanhechting van het echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan, en de griffier zal een verklaring opmaken dat verzoekers berusten in de uitspraak. De beschikking is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500448
datum beslissing: 1 oktober 2025
BESCHIKKING
op het gemeenschappelijk verzoek van:

1.[verzoeker 1],

hierna ook: de man,

2.[verzoeker 2],

hierna ook: de vrouw,
beiden wonend te Bonaire,
verzoekers,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout.

1.De procedure

1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 3 september 2025 op de griffie ingediend.
1.2.
De rechter heeft bepaald dat een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege kan blijven.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
De man en de vrouw zijn op 8 juni 2018 te Texel (Nederland) met elkaar gehuwd in beperkte gemeenschap van goederen.
2.2.
Uit dit huwelijk is geboren de op dit moment nog minderjarige:
- [minderjarige], op [geboortedatum] 2020 te Amsterdam (Nederland).
2.3.
De man en de vrouw hebben op 25 augustus 2025 zowel een echtscheidingsconvenant als een ouderschapsplan met elkaar gesloten.

3.De beoordeling

3.1.
Het verzoek strekt tot het uitspreken van de echtscheiding tussen partijen en tot opneming van het echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan door aanhechting aan deze beschikking.
3.2.
De man en de vrouw zijn het erover eens dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het gezamenlijk verzoek tot echtscheiding zal als op de wet gegrond (artikel 1:151 BW BES) gegrond worden toegewezen.
3.3.
Op grond van artikel 1:251 BW BES dient de rechter na echtscheiding te beslissen over het gezag over de minderjarige kinderen van verzoekers. In overeenstemming met wat daarover in het echtscheidingsconvenant is opgenomen, verzoeken partijen eensluidend (als bedoeld in artikel 1:251 lid 2 BW BES) om gezamenlijk belast te blijven met het gezag over hun minderjarige kinderen. Dat verzoek zal worden toegewezen omdat niet is gebleken van bezwaren hiertegen.
3.4.
Het echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan zullen aan deze beschikking worden gehecht en maken daarvan deel uit (artikel 819 Rv BES).
3.5.
De man en de vrouw verzoeken het gerecht verder om een griffiersverklaring op te maken omdat zij niet tegen de in deze beschikking uit te spreken echtscheiding in hoger beroep zullen gaan. Het gerecht zal dat in de beslissing opnemen.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
spreekt uit de echtscheiding tussen verzoekers, gehuwd op 8 juni 2018 te Texel (Nederland);
4.2.
bepaalt dat de getroffen onderlinge regelingen uit:
  • het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte door verzoekers op 25 augustus 2025 ondertekende echtscheidingsconvenant, en
  • het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte door verzoekers op 25 augustus 2025 ondertekende ouderschapsplan
deel uitmaken van deze beschikking;
4.3.
bepaalt dat verzoekers, na de echtscheiding, gezamenlijk belast zullen blijven met het gezag over:
- [minderjarige], op [geboortedatum] 2020 te Amsterdam (Nederland)
4.4.
verstaat dat de griffier aantekening maakt van de gezagsbeslissing in het gezagsregister;
4.5.
verstaat dat de griffier een griffiersverklaring verstrekt dat verzoekers berusten in de in deze beschikking onder 4.1. uitgesproken echtscheiding;
4.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.