ECLI:NL:OGEABES:2025:37

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
1 oktober 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
BON202500131
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:99 BW BESArt. 1:116 BW BESArt. 1:173 BW BESArt. 3:178 BW BESArt. 1:153 BW BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitspraak scheiding van tafel en bed met voorlopige omgangsregeling en kinderalimentatie

De man verzoekt het gerecht om de scheiding van tafel en bed uit te spreken en de huwelijksgoederengemeenschap te verdelen. Het gerecht gaat hierop in en wijst de scheiding van tafel en bed toe, met ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap volgens het BW BES.

De vrouw verzoekt inzage in de pensioenstukken van de man, maar dit verzoek wordt afgewezen wegens gebrek aan een rechtmatig belang bij de scheiding van tafel en bed in plaats van echtscheiding.

Met betrekking tot het gezag over de minderjarige kinderen verzoekt de man gezamenlijk gezag, maar de vrouw betwist dit vanwege communicatieproblemen. Het gerecht verzoekt de voogdijraad om onderzoek naar de gezagssituatie en omgangsregeling. Voorlopig wordt een omgangsregeling vastgesteld waarbij de man de kinderen op woensdag en om de week van vrijdag tot zondag bij zich heeft.

De kinderalimentatie wordt voorlopig vastgesteld op US$ 100 per maand per kind, vooruitbetaald, in afwachting van het voogdijraadonderzoek naar draagkracht en behoefte. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, behalve de scheiding van tafel en bed en de deling die pas na inschrijving in het register van kracht worden.

De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor een akte van de voogdijraad over het onderzoek en verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: De scheiding van tafel en bed wordt uitgesproken met voorlopige omgangsregeling en kinderalimentatie, en de voogdijraad wordt verzocht onderzoek te doen naar gezag, omgang en alimentatie.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500131
datum beslissing: 1 oktober 2025
BESCHIKKING
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te Bonaire,
verzoeker, hierna: de man,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
tegen
[verweerder],
wonende te Bonaire,
verweerder, hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES is in de procedure gekend:
de Voogdijraad Caribisch Nederland(hierna: de voogdijraad).

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure tot en met 23 juli 2025 blijkt uit de beschikking van die datum. Vervolgens heeft de man een akte genomen.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De verdere beoordeling

Scheiding van tafel en bed, scheiding en deling

2.1.
In zijn akte heeft de man te kennen gegeven dat hij volhard in zijn verzoek dat het gerecht de door hem subsidiair verzochte scheiding van tafel en bed uitspreekt. Het gerecht zal daartoe overgaan.
2.2.
Op grond van artikel 1:99 lid 1 aanhef Pro en onder b BW BES wordt de huwelijksgoederengemeenschap van rechtswege ontbonden door de scheiding van tafel en bed. De scheiding van tafel en bed komt tot stand door inschrijving van de beschikking in het huwelijksgoederenregister, aangewezen in artikel 1:116 lid 2 BW Pro BES (artikel 1:173 lid 1 BW Pro BES).
2.3.
Ingevolge het tweede lid van artikel 1:99 BW Pro BES kan (overeenkomstig titel 7 van Boek 3 BW BES) een vordering worden ingesteld tot verdeling van de gemeenschap. Omdat niemand is gehouden om in onverdeeldheid te blijven (artikel 3:178 lid 1 BW Pro BES), zal de door de man gevraagde veroordeling zoals hierna in het dictum te melden worden toegewezen als op de wet gegrond en verder niet weersproken.
Stukken pensioenregeling
2.4.
De vrouw heeft verzocht om de man te gelasten om alle stukken van zijn pensioenregeling in het geding te brengen. De vrouw wijst erop, dat de man werkzaam is een stichting waarvan het personeel deelneemt in het Pensioenfonds Caribisch Nederland. Omdat de scheiding van tafel en bed zal worden uitgesproken, en niet de echtscheiding, heeft de vrouw gelet op het bepaalde in artikel 1:153 BW Pro BES onvoldoende feiten en/of omstandigheden gesteld waarop kan worden gebaseerd dat zij daarbij een rechtmatig belang heeft. Het verzoek van de vrouw zal worden afgewezen.
Gezag
2.5.
De man heeft het gerecht verzocht om te bepalen dat de man en de vrouw gezamenlijk belast zullen blijven met het gezag over de minderjarige kinderen.
2.6.
Op grond van artikel 1:251 lid 2 BW Pro BES kunnen, voor zover hier relevant, ouders na scheiding van tafel en bed, op hun eensluidend verzoek gezamenlijk belast blijven met de uitoefening van het gezag. Indien een zodanig verzoek niet is gedaan of indien het verzoek is afgewezen, bepaalt de rechter in eerste aanleg aan wie van de ouders voortaan alleen het gezag over ieder van de kinderen zal toekomen.
2.7.
De vrouw betwist dat gezamenlijk gezag mogelijk is. De vrouw voert aan dat er geen communicatie is tussen partijen.
2.8.
De vrouw heeft gevraagd de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij haar te bepalen. Daartegen heeft de man op zich geen bezwaar aangevoerd.
Omgang
2.9.
De man heeft het gerecht verzocht om een omgangsregeling vast te stellen tussen hem en de minderjarige kinderen, waarbij hij de minderjarige kinderen woensdag vanaf 17.00 uur tot en met 19.00 uur bij zich heeft en daarna naar de vrouw zal brengen en hij de minderjarige kinderen om de week vanaf vrijdag 17.00 uur bij zich zal hebben tot en met zondag 19.00 uur en daarna naar de vrouw zal brengen.
2.10.
De vrouw heeft het gerecht verzocht om een omgangsregeling tussen de minderjarige kinderen en de man te bepalen nadat de voogdijraad daarover een advies heeft opgesteld.
Conclusie gezag en omgang
2.11.
Gelet op wat de vrouw aanvoert, zal het gerecht de voogdijraad verzoeken om de gezagssituatie en de omgang tussen de man en de minderjarige kinderen te onderzoeken. In afwachting daarvan en een daaropvolgende beslissing van het gerecht, zal het gerecht voorlopige voorzieningen treffen over gezag en hoofdverblijf zoals hierna in het dictum te melden.
Kinderalimentatie
2.12.
De man heeft het gerecht verzocht om te bepalen dat hij een financiële bijdrage van US$ 100,00 per maand zal leveren in de kosten van verzorging en opvoeding per minderjarig kind (kinderalimentatie). De vrouw heeft verzocht die kinderalimentatie op US$ 175,00 per kind te stellen.
2.13.
Artikel 1:404 BW Pro BES bepaalt dat ouders verplicht zijn naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen.
2.14.
De financiële gegevens van zowel de man als de vrouw om tot een behoefte- en draagkrachtberekening te komen en zodoende te bepalen in hoeverre de vader zou kunnen bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, ontbreken vooralsnog. Daarnaast zal deze berekening mede gebaseerd moeten worden op de uiteindelijk vast te stellen hoofdverblijfplaats en omgangsregeling. Omdat deze punten nog onderzocht zullen worden door de voogdijraad, zal het gerecht ook de beslissing op het alimentatieverzoek aanhouden in afwachting van het voogdijrapport. Het gerecht verzoekt de voogdijraad om ook advies te geven over het kinderalimentatieverzoek.
2.15.
In het verzoek van de man ziet het gerecht aanleiding om de kinderalimentatie, in afwachting van een regeling tussen partijen of een definitieve beslissing in dit kader van het gerecht, voorlopig te bepalen op dit bedrag van US$ 100 per maand per kind, bij vooruitbetaling te betalen op de eerste dag van elke maand.
De uitvoerbaarheid bij voorraad
2.16.
Het gerecht zal de beslissingen waar mogelijk uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van het gerecht geldt dan totdat het hof een andere beslissing neemt. De scheiding van tafel en bed zal niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat die hoe dan ook pas tot stand komt door inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand. Hetzelfde geldt voor de scheiding en deling.

3.De beslissing

Het gerecht:
3.1.
spreekt de scheiding van tafel en bed tussen partijen uit, op 17 december 2018 te Bonaire met elkaar gehuwd;
3.2.
veroordeelt de vrouw om, na de inschrijving van de beschikking tot scheiding van tafel en bed in het huwelijksgoederenregister (aangewezen in artikel 1:116 BW Pro BES) met de man over te gaan tot de scheiding en deling van de tussen partijen bestaande huwelijksgoederengemeenschap;
3.3.
verzoekt de voogdijraad om onderzoek te doen naar de gezagssituatie, omgangsregeling en kinderalimentatie zoals hierboven is bepaald;
3.4.
stelt in afwachting van het onderzoek van de voogdijraad en een daaropvolgende beslissing van het gerecht (voorlopig) tussen de minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2018 te Bonaire, en
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2020 te Bonaire;
en de man de volgende omgangregeling vast:
  • woensdag vanaf 17.00 uur tot en met 19.00 uur waarna de man de minderjarige kinderen naar de vrouw zal brengen:
  • om de week vanaf vrijdag 17.00 uur tot en met zondag 19.00 uur waarna de man de minderjarige kinderen naar de vrouw zal brengen;
3.5.
bepaalt, in afwachting van het onderzoek van de voogdijraad en een daaropvolgende beslissing van het gerecht, de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding voor ieder van de minderjarigen:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2018 te Bonaire, en
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2020 te Bonaire
op US$ 100 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen op de eerste van elke maand aan de vrouw;
3.6.
verklaart deze beschikking onder 3.3. t/m 3.5. uitvoerbaar bij voorraad;
3.7.
verwijst de zaak naar de (EJ-)rol van
26 november 2025om 09.30 uur voor een akte van de voogdijraad over de stand van zaken ten aanzien van het raadsonderzoek;
3.8.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.