ECLI:NL:OGEABES:2025:147

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
BON202500501
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst en toekenning ontbindingsvergoeding na onterecht ontslag op staande voet

In deze zaak heeft [eiser], werkzaam bij Flamingo TV Bonaire, een kort geding aangespannen na een ontslag op staande voet. [eiser] was sinds 2009 in dienst en meldde zich op 14 november 2024 arbeidsongeschikt. Na een periode van ziekte werd hij op 6 januari 2025 door Flamingo TV in een andere functie geplaatst, wat hij betwistte. Op 3 maart 2025 werd hij op staande voet ontslagen, omdat hij zich ziek had gemeld terwijl hij volgens de verzekeringsarts weer in staat was om te werken. [eiser] heeft het ontslag betwist en vorderde wedertewerkstelling en loondoorbetaling. In een kort geding op 4 augustus 2025 oordeelde de rechter dat het ontslag hoogstwaarschijnlijk niet stand zou houden en wees de vorderingen tot loondoorbetaling toe. In de huidige procedure vordert [eiser] ontbinding van de arbeidsovereenkomst en een ontbindingsvergoeding. De rechter oordeelt dat de demotie en het ontslag op staande voet onterecht waren en kent een ontbindingsvergoeding van USD 52.000 toe. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 februari 2026, met een mogelijkheid voor [eiser] om zijn verzoek in te trekken tot 14 januari 2026.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500501
datum uitspraak: 30 december 2025
in de zaak van:
[eiser],
domicilie kiezende te Curaçao,
verzoeker, hierna
[eiser],
gemachtigden: mrs. D.E. van Voorst en D.M. Wildeman,
tegen
de besloten vennootschap
FLAMINGO TV BONAIRE B.V.,
gevestigd te Bonaire,
verweerder, hierna:
Flamingo TV,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift van 26 september 2025 met producties
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 november 2025 tijdens welke mondelinge behandeling mr. Wildeman de rechter heeft gewraakt waarna de rechter de behandeling ter zitting heeft geschorst;
  • de beslissing van de wrakingskamer van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba) van 28 november 2025 waarin het wrakingsverzoek ongegrond is verklaard
  • de (voortgezette) mondelinge behandeling van 5 december 2025 waar zijn verschenen:
[eiser], bijgestaan door mr. Van Voorst
namens Flamingo dhr. [general manager gedaagde], general manager en gevolmachtigde, bijgestaan door mr. Winkel.
mevr. K. Thielman in haar hoedanigheid van tolk in de Papiamentse taal.
1.2.
Vonnis is bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Flamingo TV is een telecomprovider op Bonaire en biedt onder meer analoge en digitale kabeltelevisie, waaronder de lokale zender Nos TV.
2.2. [
eiser], geboren op [geboortedatum] 1970, is op 2 februari 2009 in dienst getreden van Flamingo TV aanvankelijk als Operations Manager. Deze indiensttreding volgde op de oprichting van het televisiekanaal Nos TV door [eiser].
2.3.
Vanaf 14 november 2024 heeft [eiser] zich arbeidsongeschikt gemeld. De verzekeringsarts heeft op 16 november 2024 vastgesteld dat [eiser] arbeidsongeschikt is. In een beschikking van 10 december 2024 heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) laten weten aan Flamingo TV vanwege de arbeidsongeschiktheid van [eiser] op grond van de Wet ziekteverzekering BES aan Flamingo TV een uitkering toe te kennen.
2.4.
Op 6 januari 2025, zijn eerste werkdag na een periode van afwezigheid vanwege arbeidsongeschiktheid, heeft [eiser] een brief ontvangen van Flamingo TV waarin hem te kennen is gegeven dat hij per direct wordt overgeplaatst naar de functie van Senior Cameraman/Editor met behoud van zijn salaris van USD 2.800, - per maand, maar zonder maandelijkse vergoeding van USD 418,99 voor, zo staat op zijn salarisstrook omschreven:
housing expenses. Hierop heeft [eiser] zich arbeidsongeschikt gemeld en heeft [eiser] bezwaar gemaakt tegen de functiewijziging, ook via SZW.
2.5.
Op donderdag 27 februari 2025 heeft de verzekeringsarts vastgesteld en aan partijen laten weten dat [eiser] vanaf 10 februari 2025 niet meer arbeidsongeschikt was en dat hij zich per direct op de werkvloer moest melden.
2.6.
In een beschikking van 27 februari 2025 heeft SZW onder verwijzing naar de bevindingen van de verzekeringsarts van die datum aan Flamingo TV laten weten af te wijzen de aanvraag van Flamingo TV van 11 februari 2025 voor een uitkering op grond van de Wet ziekteverzekering BES voor [eiser].
2.7. [
eiser] is niet op vrijdag 28 februari 2025 maar op maandag 3 maart 2025 ‘s morgens op het werk verschenen. Hem is toen direct door de manager, de heer [general manager gedaagde], een brief overhandigd waarin hij op staande voet is ontslagen. [general manager gedaagde] had de ontslagbrief in het voorafgaande weekend geschreven. De brief luidt als volgt:
De reden voor dit ontslag is dat u zich op 10 februari 2025 om 13:40 uur per WhatsApp ziek heeft gemeld. In reactie hierop hebben wij aangegeven dat wij uw ziekmelding in behandeling zouden nemen en u vervolgens per 11 februari 2025 als ziek hebben gemeld bij de Rijksdienst Caribisch Nederland, unit (…) SZW.
Op 27 februari 2025 hebben wij een brief van SZW ontvangen waarin de verzekeringsarts heeft vastgesteld dat u op die datum nog steeds in staat was om uw eigen werkzaamheden uit te voeren. Dit betekent dat u in de betreffende periode niet arbeidsongeschikt bent geweest. Tot op heden, 3 maart 2025, hebben wij geen bericht van u ontvangen of bent u op het werk verschenen, waardoor u nog steeds ongeoorloofd afwezig bent.
Gezien de ernst van deze situatie en de gevolgen hiervan voor de organisatie, zijn wij genoodzaakt uw arbeidsrelatie per direct te beëindigen.
2.8. [
eiser] heeft op 17 april 2025 de nietigheid van het ontslag ingeroepen.
2.9.
Op 17 juni 2025 heeft [eiser] Flamingo TV in kort geding doen dagvaarden en (onder meer) doorbetaling van zijn loon gevorderd en wedertewerkstelling in de functie van Operations Manager.
2.10.
In het kortgedingvonnis van 4 augustus 2025 heeft het gerecht geoordeeld dat het ontslag op staande voet in een bodemprocedure hoogstwaarschijnlijk geen stand zal houden en is de vorderingen tot loondoorbetaling toegewezen. De vordering tot wedertewerkstelling is in die zin toegewezen dat Flamingo TV is bevolen om [eiser] weer aan het werk te stellen in de functie van Senior Cameraman/Editor. In kort geding is overwogen dat de vraag of de functiewijziging van 6 januari 2025 al dan niet toelaatbaar was, zich niet leent voor beantwoording in dit kort geding.
2.11.
In een beschikking van 6 augustus 2025 heeft SZW onder verwijzing naar de bevindingen van de verzekeringsarts van die datum aan Flamingo TV laten weten af te wijzen de aanvraag van Flamingo TV van 6 augustus 2025 voor een uitkering op grond van de Wet ziekteverzekering BES voor [eiser].

3.Het geschil

3.1. [
eiser] vordert dat het gerecht bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
de arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en Flamingo TV op de kortst mogelijke termijn ontbindt;
Flamingo TV veroordeelt tot betaling van loon en emolumenten totdat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze is beëindigd;
Flamingo TV veroordeelt tot betaling van een billijke vergoeding ter hoogte van USD 89.600, - (factor 2) althans een door het gerecht vast te stellen billijke vergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente tot de dag van algehele voldoening;
Flamingo TV veroordeelt tot betaling van vertragingsrente over het achterstallige salaris op grond van artikel 7A:1614q BW BES;
Flamingo TV veroordeelt in de werkelijke proceskosten, dan wel de proceskosten conform het liquidatietarief, daaronder begrepen het gemachtigdensalaris en de nakosten van deze procedure.
3.2. [
eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat Flamingo TV gedurende jaren ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door niets te doen aan de werkdruk, door [eiser] ten onrechte te demoveren en door [eiser] onterecht op staande voet te ontslaan.
3.3.
Flamingo TV concludeert tot:
  • ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen op de kortst mogelijke termijn zonder toekenning van een vergoeding aan [eiser] ex artikel 7A:1615w BW BES;
  • afwijzing van de vordering tot betaling van de vertragingsrente voer het achterstallige salaris, althans die te matigen tot 10%;
  • [eiser] te veroordelen in de (na)kosten van deze procedure, althans de proceskosten te compenseren.

4.De beoordeling

De ontbindingsprocedure
4.1.
Op grond van artikel 7A:1615w BW BES kan de rechter een arbeidsovereenkomst ontbinden vanwege veranderingen in de omstandigheden die ernstig genoeg zijn om de dienstbetrekking redelijkerwijs dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.
4.2.
Als uitgangspunt geldt dat de ontbindingsprocedure een eenvoudige, op een spoedige beslissing gerichte verzoekschriftprocedure is waarvoor de wettelijke bewijsregels niet van overeenkomstige toepassing zijn en waarvoor het rechtsmiddelenverbod van artikel 7A:1615w lid 8 geldt.
4.3.
Een ontbindingsprocedure leent zich daarom niet voor de vordering van [eiser] onder 4 tot veroordeling van Flamingo TV tot betaling vertragingsrente over (eerder) achterstallig salaris op grond van artikel 7A:1614q BW BES. [eiser] heeft deze vordering in deze procedure ingesteld omdat hij dat niet had gedaan in de kortgedingprocedure waarin hij betaling van achterstallig salaris vorderde. De vordering onder 4 zal worden afgewezen.
De ontbinding
4.4.
Op grond van de inhoud van de stukken en hetgeen op zitting ter sprake is gekomen, is voldoende aannemelijk dat sprake is van een verandering in de omstandigheden in de zin van artikel 7A:1615w BW BES. Deze verandering bestaat uit een verstoorde arbeidsrelatie tussen [eiser] en Flamingo TV. Partijen zijn het er ook over eens dat er geen mogelijkheid meer is om tot een vruchtbare samenwerking te komen en dat de tussen hen geldende arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn moet worden ontbonden.
4.5.
Het zesde lid van artikel 7A:1615w BW bepaalt evenwel dat de rechter alvorens een ontbinding waaraan een vergoeding verbonden wordt uit te spreken, partijen van zijn voornemen in kennis stelt en een termijn stelt, binnen welke de verzoeker de bevoegdheid heeft zijn eis in te trekken. Dit maakt dat nu eerst de vraag ter beantwoording voorligt of aan de ontbinding een vergoeding verbonden wordt, zoals [eiser] verzoekt en waartegen Flamingo TV bezwaar maakt.
Ontbindingsvergoeding
4.6.
Als de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden vanwege veranderende omstandigheden, kan de rechter aan één van de partijen een vergoeding toekennen als dat billijk is (artikel 7A:1615w lid 5 BW BES). Bij de beoordeling van de vraag of billijk is dat aan [eiser] een door Flamingo TV te betalen vergoeding moet worden toegekend en hoe hoog die vergoeding dan zou moeten zijn, weegt de rechter in wiens risicosfeer de ontbindingsgrond ligt en/of wie daarbij een verwijt treft.
4.7.
Flamingo TV voert aan dat de feiten en omstandigheden tot aan het kortgedingvonnis van 4 augustus 2025 geen rol mogen spelen bij het bepalen of het billijk is dat aan [eiser] een ontbindingsvergoeding wordt toegekend. Volgens Flamingo TV volgt dat uit het beginsel van consistentie in proceshouding dat de BES-rechtspraak kent. Het gerecht volgt Flamingo TV daar niet in. Zonder toelichting, die ontbreekt, is onduidelijk wat Flamingo TV daar in dit kader mee bedoelt. Het is niet zo dat [eiser] zijn recht op het vorderen van een ontbindingsvergoeding heeft verwerkt. Het stond [eiser] vrij om eerst in kort geding wedertewerkstelling te vorderen om later, toen hem bleek dat de arbeidsrelatie duurzaam was verstoord, ontbinding te verzoeken met toekenning van een ontbindingsvergoeding. Vast is komen te staan dat het na de werkhervatting niet goed ging met [eiser]. [eiser] heeft op de zitting toegelicht dat hij nergens meer bij wordt betrokken en dat niemand tegen hem praat.
4.8.
Bij de beoordeling of aan [eiser] een ontbindingsvergoeding toekomt zal het gerecht daarom ook de feiten en omstandigheden van vóór 4 augustus 2025 betrekken. Het gerecht ziet grond voor toekenning aan [eiser] van een door Flamingo TV te betalen ontbindingsvergoeding. Dat wordt hierna uitgelegd.
-
de periode 2019 tot 2025
4.9.
Volgens [eiser] hebben sinds 2019 zich meerdere incidenten voorgedaan die hebben bijgedragen aan een verslechterde werkverhouding. Volgens hem is dit ontstaan na het vertrek van vier vaste verslaggevers. Flamingo TV heeft sedertdien flexibele krachten ingezet, waardoor de werkdruk volgens [eiser] zodanig is toegenomen dat het bijna ondoenlijk was alles foutloos uit te voeren. [eiser] heeft hierover geklaagd in een brief van 27 februari 2019. Hierdoor zijn enige incidenten ontstaan. Op 6 augustus 2019 heeft een nieuwslezer geweigerd een nieuwsitem te presenteren omdat de content na de deadline van 18:00 uur niet door [eiser] is aangeleverd. Op 16 december 2023 heeft [eiser] een schriftelijke waarschuwing ontvangen omdat hij eerder op die dag vergeten was te verschijnen bij een afgesproken interview. [eiser] erkent dat deze incidenten zich hebben voorgedaan, maar wijt dit aan de werkdruk. Andere incidenten zijn niet gesteld of gebleken. Werkdruk kan naar het oordeel van het gerecht geen afdoende reden zijn voor dergelijke incidenten, wel een verzachtende omstandigheid. Maar dan moet die werkdruk wel tussen partijen vaststaan en dat is in deze zaak niet objectief vastgesteld.
-
de demotie
4.10.
Flamingo TV heeft [eiser] in de brief van 6 januari 2025 uit zijn functie gezet en niet langer de maandelijkse vergoeding van USD 418,99 voor
housing expensesbetaald. Op de zitting heeft Flamingo TV desgevraagd toegelicht dat die vergoeding niet past bij de functie van Senior Cameraman/Editor. [eiser] is dus uit zijn functie gezet en kreeg minder betaald. Dat betekent dat in feite sprake was van een demotie.
4.11.
Anders dan Flamingo TV betoogt volgt uit de omstandigheid dat [eiser] geen procedure is gestart om de demotie aan te vechten, niet dat [eiser] de functiewijziging heeft geaccepteerd. Dat betoog van Flamingo TV wordt verworpen.
4.12.
In de brief wordt als reden voor de demotie gegeven dat [eiser] disfunctioneerde. [eiser] betwist dat daarvan sprake was.
4.13.
Disfunctioneren van [eiser], anders dan hiervoor aangegeven onder 4.9., is niet komen vast te staan. Van disfunctioneren is sprake als een werknemer ongeschiktheid is tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken van de werknemer, mits de werkgever de werknemer hiervan tijdig in kennis heeft gesteld en hem in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren en de ongeschiktheid niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer of voor de arbeidsomstandigheden van de werknemer.
4.14.
Flamingo TV heeft geen feiten en/of omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat een verbetertraject is ingezet en evaluaties zijn geweest en dat [eiser] voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn functioneren te verbeteren. Het opeens doorvoeren van de demotie was daarom onterecht, miste iedere wettelijke grond en was in strijd met de eisen van goed werkgeverschap.
-
ontslag op staande voet
4.15.
Flamingo TV heeft [eiser] ten onrechte op staande voet ontslagen toen hij op 3 maart 2025 op het werk verscheen. Flamingo TV heeft voor het ontslag op staande voet als reden opgevoerd dat [eiser] zich op 10 februari 2025 ziet had gemeld, terwijl de verzekeringsarts op 27 februari 2025 heeft vastgesteld dat [eiser] op 10 februari 2025 in staat was om zijn eigen werkzaamheden uit te voeren. Ten onrechte heeft Flamingo TV [eiser] niet de gelegenheid gegeven om zijn standpunt over dit aan hem gemaakte verwijt naar voren te brengen. Daar was extra reden voor omdat het gaat om een werknemer die een dienstverband had van 16 jaar en die na een periode van arbeidsongeschiktheid hersteld was verklaard. Het lag op de weg van Flamingo TV om na het bericht van de verzekeringsarts contact op te nemen met [eiser] over de (wijze van) werkhervatting. Ook had Flamingo TV toen [eiser] op vrijdag 28 februari 2025 niet op het werk verscheen, hem kunnen bellen om te vragen naar de reden van zijn afwezigheid. In ieder geval had Flamingo TV het gesprek met [eiser] moeten aangaan toen hij op maandag 3 maart 2025 wel op het werk verscheen. Door dit niet te doen, maar [eiser] de brief met het ontslag op staande voet te overhandigen, heeft Flamingo TV niet zorgvuldig gehandeld.
4.16.
Gelet op de op onterechte gronden gegeven demotie en het ten onrechte verstrekte ontslag op staande voet, ziet het gerecht aanleiding voor toekenning van een ontbindingsvergoeding aan [eiser].
Hoogte van de ontbindingsvergoeding
4.17.
De onterechte demotie en het onterechte ontslag op staande voet wegen ook mee bij de bepaling van de hoogte van de ontbindingsvergoeding. Verder betrekt het gerecht bij het bepalen van de hoogte van de ontbindingsvergoeding de volgende feiten en omstandigheden.
4.18.
Vaststaat dat [eiser] een leidinggevende positie had waarin hij tot ieders tevredenheid functioneerde tot vier verslaggevers bij Flamingo TV vertrokken. Toen is de verstoring van de arbeidsverhouding tussen partijen aangevangen. Niet is duidelijk geworden of dit meer aan [eiser] heeft gelegen of aan Flamingo TV.
4.19. [
eiser] verwijt Flamingo TV dat er sindsdien structureel sprake was van een te hoge werkdruk voor hem en de collega’s die onder zijn leiding vielen omdat de werkzaamheden van de verslaggevers door hen moesten worden overgenomen. [eiser] heeft verklaard dat hij vanaf 2018 over de te hoge werkdruk heeft geklaagd bij Flamingo TV.
4.20.
Flamingo TV heeft verklaard dat voor haar niet zonder meer duidelijk was dat de werkdruk te hoog was en als dit zo was, waar dit door kwam. Flamingo TV heeft toegelicht dat na het vertrek van de verslaggevers gebruik werd gemaakt van flexibele krachten. Vanwege de klachten van [eiser] heeft Flamingo TV op enig moment in 2018 aangekondigd een tijdschrijfonderzoek te doen om zichtbaar te krijgen waar iedereen mee bezig was. [eiser] heeft geweigerd om daaraan mee te werken. Voor die weigering heeft [eiser] geen afdoende verklaring weten te geven. Onvoldoende is de verklaring van [eiser] dat ook zonder tijdschrijfonderzoek voor Flamingo TV duidelijk moest zijn dat de werkdruk te hoog was en het tijdschrijven alleen maar tot extra werkdruk zou leiden. Het doen van onderzoek naar klacht van [eiser] getuigt juist van goed werkgeverschap.
[eiser] is steeds harder gaan werken. [eiser] had evenwel als manager een eigen verantwoordelijkheid om het door hem aangekaarte probleem van een te hoge werkdruk inzichtelijk te maken voor Flamingo TV om tot mogelijke oplossingen te komen. Van [eiser] mocht als manager in ieder geval worden verwacht dat hij aan het tijdschrijfonderzoek zijn volle medewerking zou verlenen, temeer naar aanleiding van de eerder omschreven incidenten. Die medewerking heeft hij ten onrechte geweigerd. Niet is komen vast te staan dat [eiser], zoals Flamingo TV heeft aangevoerd, ander personeel heeft overgehaald om ook niet mee te doen aan het tijdschrijfonderzoek, [eiser] heeft dat betwist en Flamingo TV heeft haar stelling verder onvoldoende onderbouwd.
4.21.
Tegenover dit aan [eiser] te maken verwijt staat dat niet is komen vast te staan dat van de vele gesprekken die volgens Flamingo TV over het functioneren van [eiser] zijn gevoerd, gespreksverslagen zijn gemaakt die met [eiser] zijn gedeeld. Onduidelijk is wanneer die gesprekken plaats hebben gevonden, wat in die gesprekken is gesproken, welke voorbeelden van verbeterpunten zijn gegeven en dat [eiser] gewezen is op de consequenties voor het geval er geen verbetering zou optreden. Niet is concreet gemaakt waarover Flamingo TV niet tevreden was. Dit klemt te meer omdat Flamingo TV op de zitting heeft verklaard geen functieprofiel te hebben van een Operational Manager en ook dat het zijn van Operational Manager geen fulltime functie is omdat een Operational Manager ook allerlei andere werkzaamheden doet als het organiseren van het werk, het maken en schrijven van nieuwsitems, het doen van interviews, het wisselen van camera-beelden. Flamingo TV concludeert zelf wel dat sprake was van een zorgvuldig evaluatieproces, maar voert geen feiten en/of omstandigheden aan waaruit blijkt.
4.22.
Rekening houdend met al deze feiten en omstandigheden zal het gerecht de ontbindingsvergoeding naar redelijkheid en billijkheid vaststellen op USD 52.000,00 waarbij verder rekening is gehouden met de duur van het dienstverband van [eiser] en diens salaris inclusief de maandelijkse vergoeding van USD 418,99.
4.23.
In deze vergoeding wordt een eventuele aanspraak van [eiser] op een cessantia-uitkering ten laste van Flamingo TV geacht te zijn inbegrepen.
4.24.
Aan [eiser] zal op de voet van artikel 7A:1615w lid 6 BW BES de gelegenheid worden geboden zijn verzoek in te trekken.
Proceskosten
-
voor de situatie dat [eiser] zijn verzoek intrekt
4.25.
Als [eiser] gebruikt maakt van de gelegenheid om zijn verzoek in te trekken, is er aanleiding hem te veroordelen in de kosten van de procedure. De proceskosten aan de zijde van Flamingo TV worden begroot op USD 1.234, - aan salaris van de gemachtigde (2 x tarief 7 van USD 1.117, - per punt). De nakosten zullen worden toegewezen als hieronder vermeld.
-
voor de situatie dat [eiser] zijn verzoek niet intrekt
4.26.
Als [eiser] niet gebruik maakt van de gelegenheid om zijn verzoek in te trekken, wordt Flamingo TV als de hoofdzakelijk in het ongelijk te stellen partij veroordeeld in de proceskosten.
4.27.
Voor een veroordeling van Flamingo TV in de werkelijke proceskosten ziet het gerecht geen aanleiding. Voor een veroordeling in de werkelijk gemaakte proceskosten kan alleen plaats zijn in buitengewone omstandigheden, waarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. De door [eiser] aan zijn vordering ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden zijn naar het oordeel van het gerecht onvoldoende om die buitengewone omstandigheden aan te nemen. Deze vordering van [eiser] zal daarom worden afgewezen.
4.28.
De proceskosten van [eiser] worden tot aan deze uitspraak vastgesteld op USD 1.262, - te weten USD 28, - aan, griffierecht en USD 1.234, - aan salaris van de gemachtigde.
4.29.
De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen als hieronder is vermeld.

5.De beslissing

Het gerecht:
5.1.
stelt partijen in kennis van zijn voornemen de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 februari 2026;
5.2.
stelt [eiser] in de gelegenheid om uiterlijk op 14 januari 2026 zijn verzoek in te trekken;
indien [eiser] van deze gelegenheid geen gebruik maakt:
5.3.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 februari 2026 onder toekenning aan [eiser] ten laste van Flamingo TV van een vergoeding van USD 52.000,00 bruto, verminderd met het bedrag van de aan [eiser] ten laste van Flamingo TV eventueel toekomende cessantia-uitkering;
5.4.
veroordeelt Flamingo TV in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op USD 1.262, - te weten USD 28, - aan, griffierecht en USD 1.234, - aan salaris van de gemachtigde;
5.5.
veroordeelt Flamingo TV in de nakosten die aan de zijde van [eiser] worden begroot op USD 40,00 zonder betekening en verhoogd met USD 84,00 in geval van betekening, indien nakoming door Flamingo TV uitblijft binnen 14 dagen nadat Flamingo TV schriftelijk is verzocht door [eiser] om aan het vonnis te voldoen;
indien [eiser] van deze gelegenheid gebruik maakt:
5.6.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Flamingo TV begroot op USD 1.234, - aan salaris van de gemachtigde (2 x tarief 7 van USD 1.117, - per punt);
5.7.
veroordeelt [eiser] in de nakosten die aan de zijde van Flamingo TV worden begroot op USD 40,00 zonder betekening en verhoogd met USD 84,00 in geval van betekening, indien nakoming door [eiser] uitblijft binnen 14 dagen nadat [eiser] schriftelijk is verzocht door Flamingo TV om aan het vonnis te voldoen;
5.8.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.9.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en uitgesproken op 30 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.