De Voogdijraad heeft op verzoek van de vader een verlaging van de kinderalimentatie gevraagd voor twee minderjarige kinderen. De oorspronkelijke beschikking van 15 mei 2024 bepaalde een maandelijkse bijdrage van $143 voor het oudste kind en $188 voor het jongste kind. De Voogdijraad verzocht om verlaging van deze bedragen naar respectievelijk $60 en $164.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de vader aan dat hij het niet eens was met de oorspronkelijke vaststelling omdat de alimentatie was gebaseerd op een glutenvrij dieet voor het oudste kind, terwijl hij dit niet aannemelijk achtte. Het gerecht stelde vast dat een verzoek tot wijziging van kinderalimentatie alleen ontvankelijk is indien sprake is van gewijzigde omstandigheden ná de beschikking waarop het verzoek betrekking heeft.
Omdat de vader zich niet baseerde op nieuwe omstandigheden na de beschikking, maar op een andere interpretatie van reeds bekende feiten, werd het verzoek gezien als een verkapt hoger beroep. Het gerecht verklaarde de Voogdijraad daarom niet-ontvankelijk in het verzoek tot verlaging van de alimentatie.