In deze civiele procedure aan het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba verzochten meerdere partijen incidenteel om tussenkomst en/of voeging in een lopende zaak over de aankoop van nieuwbouwappartementen die nooit zijn gerealiseerd.
De verzoekers stelden dat zij, net als eiseres, aanbetalingen hadden gedaan voor de appartementen en dat deze niet waren terugbetaald. Zij wilden vanuit een eigen rechtspositie hun belangen in de procedure behartigen of zich voegen aan de zijde van eiseres.
De rechtbank oordeelde dat de vorderingen van verzoekers onvoldoende samenhang vertoonden met die van eiseres, zodat geen sprake was van een gezamenlijk belang bij tussenkomst of voeging. De vorderingen van verzoekers vereisten een zelfstandige beoordeling en waren niet concurrerend met die van eiseres.
Daarom werden de verzoeken afgewezen wegens ontbreken van belang. Verzoekers werden veroordeeld in de proceskosten, welke nihil werden begroot. De hoofdzaak werd aangehouden voor verdere behandeling.