ECLI:NL:OGEABES:2025:106

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
BON202500438
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot onderbewindstelling van een persoon met verslavingsproblematiek

In deze zaak heeft verzoeker, wonend te Bonaire, een verzoek ingediend tot onderbewindstelling van zichzelf vanwege een alcoholverslaving. Het verzoekschrift is op 27 augustus 2025 ingediend, waarna de eerste mondelinge behandeling op 15 oktober 2025 plaatsvond. Verzoeker was aanwezig, maar de beoogde bewindvoerster was niet aanwezig, wat leidde tot een tweede mondelinge behandeling op 22 oktober 2025, waarbij beide partijen aanwezig waren. Tijdens de procedure heeft verzoeker een doktersverklaring ingediend op 20 november 2025, waaruit blijkt dat hij regelmatig uitvalt door zijn verslavingsproblematiek.

De rechter heeft op basis van artikel 1:431 BW BES geoordeeld dat verzoeker tijdelijk of duurzaam niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen zelf waar te nemen. Verzoeker heeft verzocht om mevrouw [beoogde bewindvoerster] als bewindvoerster te benoemen, wat door het gerecht is toegewezen, aangezien er geen bezwaren tegen haar benoeming waren. De bewindvoerster is verplicht om jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen aan de rechthebbende, met de eerste indiening uiterlijk op 1 december 2026.

Het verzoek om uitstel van betaling van de schulden voor een periode van drie maanden is afgewezen, omdat hiervoor geen wettelijke grondslag bestaat. De beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens en is op 27 november 2025 in het openbaar uitgesproken.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500438
datum beslissing: 27 november 2025
BESCHIKKING
op verzoek van:
[verzoeker],
wonend te Bonaire,
hierna: verzoeker,
tot onderbewindstelling van zichzelf.

1.De procedure

1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is ingediend op 27 augustus 2025.
1.2.
De eerste mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2025. Verzoeker is daarbij verschenen, maar de beoogde bewindvoerster was niet aanwezig. Daarom is een nieuwe mondelinge behandeling bepaald. De tweede mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2025. Daarbij waren verzoeker en beoogd bewindvoerder mevrouw [beoogde bewindvoerster] aanwezig.
1.3.
Daarna is de zaak aangehouden om verzoeker in de gelegenheid te stellen een doktersverklaring in te brengen. De doktersverklaring is op 20 november 2025 bij de griffie van het gerecht ingediend.
1.4.
Ten slotte is bepaald dat vandaag schriftelijk uitspraak wordt gedaan.

2.Het verzoek en de beoordeling

2.1.
Verzoeker heeft verzocht dat met toepassing van artikel 1:431 e.v. BW BES, een beschermingsbewind wordt ingesteld over zijn vermogen. Daarnaast heeft verzoeker verzocht om een periode van drie maanden voor uitstel van betaling van zijn schulden uit te spreken.
Onderbewindstelling zal worden uitgesproken
2.2.
Op grond van artikel 1:431 BW BES kan de rechter een meerderjarige die als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen zelf naar behoorlijk waar te nemen één of meer van de goederen die hem als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren een bewind instellen.
2.3.
Tijdens de mondelinge behandeling is door verzoeker verklaard dat hij kampt met een alcoholverslaving en dat hij een groot deel van zijn salaris gebruikt om zijn alcoholverslaving te bekostigen en dat hij mede daardoor zijn schulden niet betaalt. Verzoeker heeft een verklaring van zijn bedrijfsarts, drs. R. Nicholson, overgelegd waarin staat dat verzoeker regelmatig uitvalt vanwege verschillende klachten, waaronder zijn verslavingsproblematiek.
2.4.
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoeker als gevolg van zijn geestelijke toestand of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen.
2.5.
Verzoeker heeft verzocht om mevrouw [beoogde bewindvoerster], geboren op [geboortedatum] 1965 te Curaçao en nu wonende te Bonaire, te benoemen als zijn bewindvoerster. Mevrouw [beoogde bewindvoerster] heeft zich zowel schriftelijk als tijdens de mondelinge behandeling bereid verklaard om de verantwoordelijkheden die behoren bij een bewindvoerster vrijwillig te aanvaarden. Het gerecht is niet gebleken van bezwaren tegen deze benoeming, dus zal zij dienovereenkomstig beslissen. Deze benoeming strookt naar het oordeel van het gerecht ook het meest met de belangen van verzoeker en diens schuldeisers.
2.6.
De bewindvoerster dient ingevolge artikel 1:445 lid 1 BW BES
jaarlijksen aan het einde van het bewind rekening en verantwoording af te leggen aan de rechthebbende. De rekening en verantwoording wordt afgelegd ten overstaan van de rechter in eerste aanleg, voor het eerst uiterlijk op 1 december 2026.
Verzoek om uitstel van betaling uit te spreken wordt afgewezen
2.7.
Het verzoek om voor een periode van drie maanden uitstel van betaling van de schulden van verzoeker uit te spreken wordt afgewezen, omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat.

3.De beslissing

Het gerecht:
3.1.
stelt onder bewind alle goederen die
[verzoeker],geboren op [geboortedatum] 1979 te Bonaire, als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren;
3.2.
benoemt tot bewindvoerster
[beoogde bewindvoerster], geboren op [geboortedatum] 1965 te Curaçao en nu wonende te Bonaire;
3.3.
verstaat dat de bewindvoerder bij de aanvang van de werkzaamheden als bewindvoerder:
  • een inventarisatie en een boedelbeschrijving maakt van hetgeen betrokkene bij het begin van de bewindvoering bezit (zie aangehecht invulformulier);
  • de inventarisatie en boedelbeschrijving binnen acht weken na de benoeming zal indienen bij dit gerecht;
  • in de regel ieder jaar - voor het eerst
  • machtiging vraagt aan de rechter - onder meer – als zij over goederen van betrokkene wil beschikken (verkopen, bezwaren, schenken), een gerechtelijke procedure wenst te starten voor betrokkene dan wel een erfenis waarin betrokkene gerechtigd is, onverdeeld wenst te houden;
3.4.
verstaat dat de griffier van dit gerecht aantekening zal maken van de bewindvoering in het bewindregister;
3.5.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.