ECLI:NL:OGEABES:2023:67

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
20 december 2023
Publicatiedatum
25 juni 2024
Zaaknummer
BON202300483
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253b BW BESArt. 1:253c BW BESArt. 810 Rv BESArt. 6 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing gezamenlijk gezag aan ouders over minderjarige op Bonaire

De moeder beviel in augustus 2021 van een minderjarige terwijl zij nog minderjarig was. De vader heeft het kind erkend. Vanwege de onbevoegdheid van de toen minderjarige moeder werd een voogdes benoemd om tijdelijk het gezag uit te oefenen.

Nadat de moeder meerderjarig werd, verzochten de ouders gezamenlijk om het gezag over het kind aan hen toe te kennen. De Voogdijraad Caribisch Nederland steunde dit verzoek. Het gerecht toetste het verzoek aan de relevante artikelen uit het Burgerlijk Wetboek BES en de jurisprudentie.

Uit de behandeling bleek dat de ouders het kind gezamenlijk opvoeden en dat het goed gaat met het kind en de ouders. Er was geen gegronde vrees dat gezamenlijke gezagsuitoefening het belang van het kind zou schaden. Daarom werd het verzoek toegewezen en het gezamenlijk gezag aan de ouders toegekend.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en zal worden geregistreerd in het gezagsregister. De uitspraak vond plaats op 20 december 2023 door rechter J.R. Veerman.

Uitkomst: De ouders worden gezamenlijk belast met het gezag over hun minderjarige kind.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Registratienummer : BON202300483
Datum uitspraak : 20 december 2023
BESCHIKKING
in de zaak van

1.[naam moeder],

2.
[naam vader],
3.
[naam voogdes],
allen wonende te Bonaire,
verzoekers,
hierna respectievelijk ook: de moeder, de vader en de voogdes.
over de minderjarige:
[naam minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2021 te Bonaire,
hierna: [naam minderjarige].
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES is in de procedure betrokken: de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad).

1.Het procesverloop

1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is ter griffie ingekomen op 17 oktober 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 16 november 2023 plaatsgevonden. Daarbij zijn de moeder, de vader en de voogdes (via videoverbinding) verschenen. Mevrouw F. Franckaert was namens Voogdrijraad aanwezig.
1.3.
De beschikking is bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
De moeder is op 31 augustus 2021 bevallen van [naam minderjarige]. De moeder was toen minderjarig. De vader heeft [naam minderjarige] erkend.
2.2.
Bij beschikking van 9 maart 2022 van dit gerecht is de voogdes, in verband met de onbevoegdheid van de destijds minderjarige moeder om het gezag uit te oefenen, tot (tijdelijk) voogdes van [naam minderjarige] benoemd.
2.3.
De moeder is inmiddels meerderjarig. Ook de vader is meerderjarig.

3.De beoordeling

3.1.
Het verzoek strekt ertoe om de ouders gezamenlijk te belasten met het gezag over [naam minderjarige]. De Voogdijraad is het daarmee eens.
3.2.
Het verzoek is gegrond op artikel 1:253b leden 3 en 5 van het Burgerlijk Wetboek BES (BW BES) in samenhang met artikel 1:253c BW BES. Ingevolge artikel 1:253b lid 3 en 5 BW BES kan een moeder, die ten tijde van haar bevalling onbevoegd was tot het gezag, op het moment dat zij bevoegd is tot het gezag de rechter verzoeken haar met het gezag te belasten. Indien een voogd het gezag over het kind uitoefent, wijst de rechter het verzoek slechts af, indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd. Artikel 1:253c lid 1 BW BES biedt de tot het gezag bevoegde vader, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de mogelijkheid om het gerecht te verzoeken om hem in plaats van de moeder met het gezag over het kind te belasten. Uit de jurisprudentie (vgl. HR 27 mei 2005, NJ 2005, 485) volgt dat dit artikel in overeenstemming met artikel 6 lid 1 EVRM Pro aldus moet worden uitgelegd, dat de vader niet alleen toekenning van eenhoofdig gezag, maar ook gezamenlijk gezag over het kind kan verzoeken.
3.3.
Uit de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken komt naar voren dat het goed gaat met de ouders en met [naam minderjarige]. De ouders voeden [naam minderjarige] feitelijk samen op.
3.4.
In dit geval is niet gebleken dat er gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging van het verzoek om ouders gezamenlijk met het gezag te belasten, de belangen van de minderjarige zouden worden verwaarloosd. Integendeel, gezamenlijk gezag komt overeen met de feitelijke werkelijkheid en is in het belang van [naam minderjarige]. Het verzoek zal worden toegewezen.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
belast de moeder
[naam moeder], en de vader
[naam vader], samen met het gezag over de minderjarige
[naam minderjarige], geboren op 31 augustus 2021 te Bonaire,
4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
4.3.
verstaat dat de griffier deze beslissing aantekent in het gezagsregister.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.R. Veerman, rechter, en op 20 december 2023 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.