ECLI:NL:OGEAA:2026:162

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
AUA202502704
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:850 BWNLArt. 3:15a BWNL
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot terugbetaling lening en beperking incassokosten

Qredits verstrekte aan Efynel twee leningen onder Nederlandse rechtspraak, met borgstellingen door [gedaagde 2] en [gedaagde 3]. Na wanbetaling beëindigde Qredits de kredietovereenkomsten en vorderde het openstaande bedrag inclusief incassokosten.

Gedaagden erkenden de hoofdsom maar betwistten de rechtsgeldigheid van de elektronische borgtochten en de hoogte van de incassokosten. Het Gerecht oordeelde dat de elektronische handtekeningen rechtsgeldig zijn, gelet op de betrouwbaarheid en het ondertekeningsproces.

Hoewel Nederlands recht van toepassing is, besloot het Gerecht de incassokosten te beperken tot Afl. 3.000,- conform het lokale procesreglement, omdat de incassowerkzaamheden in Aruba plaatsvonden. De vordering tot betaling van Afl. 117.548,86 plus wettelijke rente en de beperkte incassokosten werd toegewezen.

Gedaagden werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, incassokosten en proceskosten, met uitvoerbaarheid bij voorraad. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de lening, wettelijke rente en beperkte incassokosten conform het procesreglement.

Uitspraak

Vonnis van 24 juni 2026
Behorend bij AUA202502704 AR
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
STICHTING QREDITS MICROFINANCIERING NEDERLAND h.o.d.n. QREDITS,
gevestigd in Nederland,
eiseres,
hierna ook te noemen: Qredits,
gemachtigde: de advocaat mr. R.M. de Kort,
tegen:

1.EFYNEL GENERAL CONTRACTORS V.B.A.,

2.
[Gedaagde 2],
3.
[Gedaagde 3],
allen te Aruba,
gedaagden,
hierna ook afzonderlijk te noemen: Efynel, [gedaagde 2] en [gedaagde 3],
gemachtigde: voorheen de advocaat mr. G. de Hoogd, thans procederend in persoon.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- de conclusie van antwoord;
- aanvullende producties zijdens Qredits;
- de comparitie van partijen van 30 april 2026, waar zijn verschenen Qredits bij haar gemachtigde mr. L.A.J. Banis occuperende voor mr. R.M. de Kort en werd vergezeld door mevrouw [branche manager] (branche manager) en mevrouw [collection officer] (collection officer). Tevens zijn gedaagden bij hun gemachtigde voornoemd verschenen;
- het bericht van mr. de Hoogd van 30 april 2026 (na de comparitie van partijen) dat hij als gemachtigde van gedaagden desisteert.
1.2
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.DE FEITEN

2.1
Qredits verstrekt financiering ten behoeve van de financiering van bedrijfsmiddelen en bedrijfsactiviteiten.
2.2 [
[Gedaagde 2] is bestuurder en aandeelhouder van Efynel en [gedaagde 3] is procuratiehouder en eveneens aandeelhouder daarvan.
2.3
Qredits heeft met Efynel twee kredietovereenkomsten gesloten, die op respectievelijk 7 december 2021 (hierna: kredietovereenkomst 1) en 9 juni 2023 (hierna: kredietovereenkomst 2) digitaal zijn ondertekend door [gedaagde 2] en [gedaagde 3]. Op grond van kredietovereenkomst 1 werd aan Efynel een geldlening van Afl. 50.000,- verstrekt en krachtens kredietovereenkomst 2 een geldlening van Afl. 75.000,-
2.4
In de kredietovereenkomsten staat verder, voor zover van belang:

De borgstellers tekenen apart
Staat iemand anders of een bedrijf borg voor deze lening, dan tekenen de borgen een aparte akte. Die akte hoort bij deze kredietovereenkomst.
Uit de door Qredits overgelegde producties blijkt dat er vier borgtochtovereenkomsten zijn gesloten, waarvan twee ten bedrage van Afl. 50.000,- en twee ten bedrage van Afl. 75.000,-, telkens één ondertekend door [gedaagde 2] en één ondertekend door [gedaagde 3] en [betrokkene].
2.5
Bij brieven van 9 oktober 2023 en 6 november 2023 heeft Qredits [gedaagde 2] gesommeerd tot betaling van de achterstallige leningstermijnen uit hoofde van kredietovereenkomst 2.
2.6
Bij brief van 8 oktober 2024 bericht de advocaat van Qredits onder andere het volgende aan Efynel:

(…)
Despite multiple requests – both verbal and written – Qredits has not received any payment of the outstanding balance or communication from you regarding the Agreement nor the Second Agreement. This lack of response has left Qredits with no alternative but to take further action.
At this moment, the total outstanding balance of the Agreement amounts to AFL 39.055,51 (Thirty-Nine Thousand Fifty-Five Aruban Florin with Fifty-One Cents). In addition, the total outstanding balance of the Second Agreement amounts AFL 78.493,34 (Seventy-Eight Thousand Four Hundred and Ninety-Tree Aruban Florin with Thiry-Four Cents). Totaling an outstanding balance of AFL 117.548,85 (One Hundred and Seventeen Thousand Five Hundred and Forty -Eight Aruban Florins with Eight-Five Cents), hereinafter referred to as: the “Outstanding Loan”.
Qredits has been extremely lenient with you over the course of three years and has not once applied a late payment interest fee. However, you have continuously failed to comply with your obligations under the Agreement and the Second Agreement, and Qredits can therefore no longer tolerate your noncompliance.
Due to your ongoing default, Qredits is hereby terminating the Agreement and the Second Agreement, effective immediately. The full amount of the Outstanding Loan is immediately due and payable in its entirety to Qredits.
You are hereby requested – and insofar as necessary summoned – to pay the amount of AFL 117.548,85 to be increased by 15% collection fees, therefore totaling AFL 135.181,18 (…).
2.7
Bij brieven van 27 mei 2025 heeft de advocaat van Qredits [gedaagde 2] en [gedaagde 3] als borgen afzonderlijk gesommeerd tot betaling van het openstaande bedrag van Afl. 135.181,18. In deze brieven staat onder meer het volgende vermeld:
“(…)
Due to Debtor’s ongoing default Qredits terminated both the Agreement and the Second Agreement on October 8, 2024. As per the term of the Agreement, the Second Agreement and both the Guarantor agreements, the full amount of the Outstanding Loan is immediately due and payable in its entirety to Qredits.
Given your legal obligations as guarantor, and in light of Debtor’s default, you are hereby requested – and insofar as necessary summoned – to pay the amount of AFL 117.548,85, to be increased by 15% collection fees, therefore totalingAFL 135.181,18(…).

3.HET GESCHIL

3.1
Qredits vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden hoofdelijk te veroordelen - zodat voor hetgeen de één heeft betaald, de ander zal zijn bevrijd –:
I. om aan haar te betalen Afl. 135.181,19, vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 18 oktober 2024 tot de dag van de volledige betaling;
II. in de kosten van deze procedure, waaronder de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten vanaf 14 dagen na betekening van het door het Gerecht te wijzen aan gedaagden tot de dag van de volledige betaling.
3.2
Qredits legt aan haar vordering ten grondslag dat gedaagden in verzuim zijn met de maandelijkse betalingen. Qredits heeft de kredietovereenkomsten uiteindelijk beëindigd en het openstaande bedrag, inclusief buitengerechtelijke incassokosten, van gedaagden opgeëist.
3.3
Gedaagden erkennen de openstaande hoofdsom, maar verzetten zij zich tegen de hoogte van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten. Tevens betwisten [gedaagde 2] en [gedaagde 3] de rechtsgeldigheid van de borgtochten. Zij concluderen om Qredits niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar deze (op zijn minst partieel) te ontzeggen, met veroordeling van Qredits in de kosten van deze procedure.
3.4
Het Gerecht zal op de standpunten van partijen, hierna waar nodig nader ingaan.

4.DE BEOORDELING

4.1
Uit de door Qredits overgelegde kredietovereenkomsten blijkt onder het kopje “Overige afspraken” een rechts- en forumkeuzebeding. In kredietovereenkomst 1 overeengekomen dat geschillen tussen partijen worden voorgelegd aan de rechter te Almelo. Nu gedaagden in de procedure zijn verschenen en de bevoegdheid van het Gerecht niet hebben betwist, komt het Gerecht op grond van een stilzwijgende forumkeuze rechtsmacht toe. Voorts in zowel kredietovereenkomst 1 als kredietovereenkomst 2 is bepaald dat Nederlands recht van toepassing is. Dit betekent dat het Nederlandse recht van toepassing is.
4.2
De vordering tegen Efynel is, behalve de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten, voor toewijzing vatbaar, nu zij de vordering voor het overige heeft erkend. Op de buitengerechtelijke incassokosten gaat het Gerecht hierna in.
Borgtochtovereenkomst
4.3
Partijen verschillen van mening over de rechtsgeldigheid van de borgtochtovereenkomsten. Volgens Qredits zijn [gedaagde 2] en [gedaagde 3] deze overeenkomsten aangegaan, terwijl [gedaagde 2] en [gedaagde 3] dit betwisten. Zij voeren daartoe aan dat de betreffende overeenkomsten niet met een “natte”, maar met een elektronische handtekening zijn ondertekend en dat deze elektronische handtekeningen niet door hen zijn geplaatst.
4.4
Ter beantwoording ligt voor de vraag of Qredits wat Efynel aan haar verschuldigd is, op [gedaagde 2] en [gedaagde 3] kan verhalen op grond van een vermeende borgstelling voor een bedrag van Afl. 135.181,19. Dit bedrag bestaat uit Afl. 117.548,86 aan hoofdsom en Afl. 17.632,33 aan buitengerechtelijke incassokosten.
4.5
Borgtocht is de overeenkomst waarbij de ene partij, de borg, zich tegenover de andere partij, de schuldeiser, verbindt tot nakoming van een verbintenis die een derde, de hoofdschuldenaar, tegenover de schuldeiser heeft of zal krijgen (artikel 7:850 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BWNL)). Bij borgtocht is geen sprake van medeschuldenaarschap. Dit betekent dat de borg niet draagplichtig is in zijn relatie tot de hoofdschuldenaar, maar slechts zekerheid verschaft. Ook geldt dat de borg pas kan worden aangesproken als de hoofdschuldenaar tekortschiet in de nakoming van de hoofdverbintenis.
4.6
Vaststaat dat tussen Qredits en Efynel, als hoofdschuldenaar, twee kredietovereenkomsten tot stand zijn gekomen, zodat sprake is van geldige hoofdverbintenissen. Beoordeeld dient te worden of [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zich tegenover Qredits hebben verbonden tot nakoming van de schuld van Efyenel, nu zij betwisten dat de elektronische handtekening op de borgtochtovereenkomsten rechtsgeldig is.
4.7
Het Gerecht overweegt als volgt. De handtekening van gedaagden in de borgtochtovereenkomsten betreft een elektronische handtekening. Dit betekent dat een elektronische handtekening dezelfde rechtsgevolgen hebben als een handgeschreven handtekening als voor deze elektronische handtekeningen een methode voor ondertekening is gebruikt die voldoende betrouwbaar is. Of een methode voldoende betrouwbaar is, is afhankelijk van het doel waarvoor de elektronische handtekening is gebruikt en van alle overige omstandigheden van het geval, zo volgt uit artikel 3:15a BWNL.
4.8
Uit de door Qredits overgelegde stukken blijkt dat tussen Qredits en gedaagden tijdens het totstandkomingsproces van de kredietovereenkomsten en de borgtochten op verschillende momenten contact heeft plaatsgevonden, zowel door fysieke bezoeken als per e-mail. Daarnaast heeft Qredits ter zitting verklaard dat voorafgaand aan de ondertekening van de borgtochten uitvoerige gesprekken in het Papiaments met gedaagden hebben plaatsgevonden over de borgtochten en dat gedaagden zelf zijn teruggekomen voor een tweede krediet, welke stelling door [gedaagde 2] en [gedaagde 3] niet is betwist. In het kader van deze contacten hebben [gedaagde 2] en [gedaagde 3] evenmin betwist dat zij een handtekeningenkaart met natte handtekening hebben ondertekend, waarop hun gegevens zijn vermeld. Het daarop vermelde e-mailadres komt overeen met het e-mailadres dat is vermeld in de kredietovereenkomsten en de elektronisch ondertekende borgtochtovereenkomsten. Ten slotte hebben [gedaagde 2] en [gedaagde 3] de door Qredits overgelegde transactiebewijzen niet betwist, waaruit de exacte tijdstippen blijken waarop de kredietovereenkomsten en borgtochtovereenkomsten door [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn ondertekend. Deze tijdstippen komen overeen met de tijdstippen die zijn vermeld op de borgtochtovereenkomsten die door gedaagden zijn ondertekend.
4.9
Gelet op het bovenstaande is voldoende komen vast te staan dat [gedaagde 2] en [gedaagde 3] de borgtochtovereenkomst digitaal hebben ondertekend. Nu tussen Qredits en Efynel sprake is van een geldige hoofdverbintenis en Efynel in haar verplichtingen tot terugbetaling is tekortgeschoten, is [gedaagde 2] en [gedaagde 3] gehouden tot nakoming van de uit de borgtocht voortvloeiende verplichtingen, waaronder de verplichting tot betaling van wat Efynel uit hoofde van het krediet aan Qredits verschuldigd is gebleven.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.1
In de algemene voorwaarden die op de kredietovereenkomsten van toepassing zijn, is in artikel 4.4 vermeld dat Efyenel bij niet-nakoming incassokosten is verschuldigd bestaande uit 15% van de verschuldigde hoofdsom. Qredits vordert dan ook een bedrag van Afl. 17.632,33 aan buitengerechtelijke incassokosten (zijnde 15% van de openstaande hoofdsom en deurwaarderskosten). Gedaagden menen dat het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten buiten proportie is.
4.11
Vaststaat dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die meer omvatten dan handelingen ter voorbereiding van deze procedure. Gedaagden zijn immers meermalen door Qredits gesommeerd en daarnaast hebben gesprekken plaatsgevonden. Hoewel op de kredietovereenkomsten het Nederlands recht van toepassing is, ziet het Gerecht aanleiding om wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten aan te sluiten bij het Procesreglement, nu partijen zich in Aruba bevinden en de buitengerechtelijke incassowerkzaamheden in Aruba zijn verricht. Ten aanzien van het door Qredits gestelde, ziet het Gerecht geen aanleiding om hiervan af te wijken en een hoger bedrag toe te wijzen. De buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden toegewezen tot een bedrag van Afl. 3.000,- ten laste van de gedaagden (1,5 punt × tarief 2).
4.12
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van Qredits worden toegewezen tot een bedrag van Afl. 117.548,86 en aan buitengerechtelijke incassokosten tot een bedrag van Afl. 3.000,-. De gevorderde wettelijke rente zal als onweersproken worden toegewezen vanaf 18 oktober 2024.
4.13
Gedaagden zullen, als de in het ongelijk gestelde partijen, hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten van de procedure gevallen aan de zijde van Qredits, die tot aan deze uitspraak worden begroot op Afl. 1.350,- aan griffierecht, Afl. 621,- aan explootkosten, Afl. 8,- aan zegelkosten en Afl. 4.000,- aan salaris van de gemachtigde (2 punten × tarief 2) te vermeerderen met Afl. 250,- aan nasalaris gemachtigde en met Afl. 150,- in geval van betekening van dit vonnis indien en voorzover gedaagden na aanschrijving daartoe 14 dagen tijd heeft gehad om vrijwillig aan dit vonnis te voldoen, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente als hierna vermeld.

5.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
5.1
veroordeelt gedaagden hoofdelijk – zodat voor hetgeen de één heeft betaald, de ander zal zijn bevrijd – om aan Qredits te betalen Afl. 117.548,86, te vermeerderen met (1) de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 18 oktober 2024 tot aan de dag van de volledige betaling en (2) met Afl. 3.000,- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;
5.2
veroordeelt gedaagden hoofdelijk – zodat voor hetgeen de één heeft betaald, de ander zal zijn bevrijd – in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de kant van Qredits begroot op Afl. 1.350,- aan griffierecht, Afl. 621,- aan explootkosten, Afl. 8,- aan zegelkosten en Afl. 4.000,- aan salaris van de gemachtigde, te vermeerderen met Afl. 250,- aan nasalaris gemachtigde en met Afl. 150,- in geval van betekening van dit vonnis indien en voorzover gedaagden na aanschrijving daartoe 14 dagen tijd heeft gehad om vrijwillig aan dit vonnis te voldoen, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dit vonnis tot aan de dag van de volledige betaling;
5.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 24 juni 2026 in aanwezigheid van de griffier.