Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAA:2026:160

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
AUA202500984 AR
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:305a BWArt. 25c AuteurswetArt. 25g Auteurswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen inzake auteursrechten op Aruba wegens ontbreken wettelijke regeling

Ducapro, vertegenwoordiger van BUMA/STEMRA op Aruba, vordert dat Q-Waves N.V. wordt veroordeeld wegens onrechtmatig gebruik van auteursrechtelijk beschermde muziek zonder vergoeding. Q-Waves exploiteert een radiostation en betwist onrechtmatig te handelen en stelt bereid te zijn tot betaling van auteursrechten.

Het Gerecht beoordeelt dat de Nederlandse auteursrechtelijke regelgeving niet van toepassing is op Aruba, omdat deze geen Rijkswetten zijn. De Arubaanse Auteursverordening bevat geen vergelijkbare bepalingen en er ontbreekt een wettelijke structuur voor inning en beheer van auteursrechtenvergoedingen. De Mandaat Overeenkomst tussen BUMA/STEMRA en Ducapro is onvoldoende als rechtsgrond, mede door het ontbreken van exclusiviteit en onduidelijkheid over het repertoire.

Het Gerecht concludeert dat zonder een landsverordening geen rechtszekerheid bestaat voor betalingsplichtigen en rechthebbenden. Daarom worden de vorderingen van Ducapro afgewezen en wordt zij veroordeeld in de proceskosten van Q-Waves.

Uitkomst: Vorderingen van Ducapro worden afgewezen wegens ontbreken wettelijke regeling voor auteursrechten op Aruba.

Uitspraak

Vonnis van 10 juni 2026
Behorend bij AUA202500984 AR
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
DUTCH CARIBBEAN PERFORMING RIGHTS ORGANISATION (DUCAPRO),
te Curaçao,
eiseres
,
hierna te noemen: Ducapro,
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,
tegen:
de naamloze vennootschap
Q-WAVES N.V.,
te Aruba,
gedaagde
,
hierna te noemen: QW,
gemachtigde: de advocaat mr. G.M. Sjiem Fat.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de volgende proceshandelingen:
verzoekschrift, ontvangen op 7 april 2025,
conclusie van antwoord,
conclusie van repliek met eiswijziging,
conclusie van dupliek,
rolbeschikking van 11 februari 2026,
akte uitlating van Ducapro,
antwoordakte van QW.
1.2
Partijen hebben het Gerecht medegedeeld een comparitie van partijen niet zinvol te vinden.
1.3
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De vaststaande feiten

2.1
QW exploiteert een radiostation op Aruba.
2.2
Ducapro is vertegenwoordiger van BUMA/STEMRA op Aruba. Ducapro werpt zich op als belangenbehartiger van de componisten en artiesten van de muziekwerken die QW uitzendt.
2.3
Partijen hebben met elkaar contact gehad. Dat heeft er niet toe geleid dat QW bereid is om aan Ducapro een vergoeding te betalen aan auteursrechten voor de op haar radiostation uitgezonden muziekwerken.

3.De vorderingen van Ducapro

De vorderingen van Ducapro luiden als volgt:
voor recht te verklaren dat QX door het zonder toestemming van en/of zonder overeengekomen compensatie aan de door Ducapro -via BUMA/STEMRA- vertegenwoordigde auteurs en rechthebbenden op hun muzikale werken, gebruik te maken van deze muzikale werken jegens deze auteurs en rechthebbenden onrechtmatig handelt;
QX te verbieden gedurende de uitzendingen van het door haar geëxploiteerde radiostation gebruik te maken van de muzikale werken van de door Ducapro -via BUMA/STEMRA- vertegenwoordigde auteurs en overige rechthebbenden, zulks op straffe van een dwangsom van Afl. 75,- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat dit verbod wordt overtreden;
QX te bevelen terzake van het voormeld onrechtmatig handelen jegens de door eiseres -via BUMA/STEMRA- vertegenwoordigde auteurs en rechthebbenden op hun muzikale werken een schadevergoeding te betalen, zulks op te maken bij staat;
gedaagde in de kosten van deze procedure te veroordelen;
alles uitvoerbaar bij voorraad.

4.Het verweer van QW

QW verzoekt het Gerecht om de vorderingen van Ducapro af te wijzen en haar te veroordelen de proceskosten te betalen.

5.De beoordeling

Formele verweren
5.1
Bij antwoord (onder 2) wordt een exceptief verweer gevoerd dat ziet op de vraag of Ducapro wel een rechtspersoon is. Daarop reageert Ducapro bij repliek. Bij dupliek volgt daarop geen reactie van QW zodat het Gerecht ervan uitgaat dat dit verweer niet langer wordt gehandhaafd zodat daarover geen oordeel hoeft te worden gegeven. Bij antwoord voert QW ook nog een ontvankelijkheidsverweer dat ziet op het type rechtspersoonlijkheid van Ducapro, te weten die van Stichting Particulier Fonds naar het recht van Curaçao. Daarop gaat Ducapro bij repliek in. Bij dupliek zegt QW hier niets meer over zodat het Gerecht ervan uitgaat dat de uitleg bij repliek overtuigend was. Over dit ontvankelijkheidsverweer hoeft het Gerecht dus geen oordeel meer te geven.
5.2
Bij antwoord (onder 15) gaat QW in op de mogelijkheid dat Ducapro meent te procederen op grond van artikel 3:305a BW (collectieve belangenbehartiging) en voert zij verweer. Bij repliek gaat Ducapro op het verweer in. Kennelijk ziet zij dus ook wel iets in deze procesmogelijkheid. Echter, van Ducapro had mogen worden verwacht dat zij in het verzoekschrift aan de hand van de vereisten van artikel 3:305a BW zou hebben uitgelegd dat zij op grond van dit wetsartikel optrad. Het is in strijd met de goede procesorde om deze rechtsgrond te gebruiken omdat QW veiligheidshalve daartegen verweer voerde. Het Gerecht oordeelt dus dat de vordering niet is ingesteld op grond van artikel 3:305a BW.
Rechtsgrond van de vorderingen van Ducapro
5.3
In het verzoekschrift wordt uitgelegd dat Ducapro haar vorderingen baseert op onrechtmatige daad. Zij verwijt QW schending van auteursrechten door de muziek van de rechthebbenden op deze auteursrechten zonder toestemming te gebruiken en daarvoor dus geen vergoeding te betalen. Die onrechtmatige toestand moet stoppen en voor de reeds uitgezonden muziek moet een schadevergoeding worden betaald, aldus Ducapro.
Het verweer
5.4
QW brengt naar voren dat zij heus bereid is om een vergoeding te betalen voor de auteursrechten van de door haar uitgezonden muziek. Zij betwist echter dat zij jegens Ducapro onrechtmatig handelt door dit niet te doen. Sterker nog; zelfs al zou zij een vergoeding betalen aan Ducapro dan nog kan zij er niet zeker van zijn dat zij niet onrechtmatig handelt jegens de auteursrechthebbende.
De beoordeling
5.5
Door partijen worden de nodige argumenten aangevoerd. Het Gerecht gaat hier nader op in voor zover dat nodig is voor de beoordeling.
5.6
Uitgangspunt is de Auteursverordening waaruit -kort gezegd- volgt dat muziekwerken zoals die worden uitgezonden door QW onder haar werking vallen. Die mogen dus niet worden openbaar gemaakt zonder toestemming van de rechthebbende. En aan die toestemming kunnen natuurlijk voorwaarden, zoals betaling van een prijs hiervoor, worden verbonden. Andere of meer (wettelijke) regelingen dan wel regelgeving gebaseerd op de Auteursverordening zijn er qua muziekwerken op Aruba niet.
5.7
Het Gerecht gaat nu in op de Nederlandse regelgeving. Die geldt in Aruba niet maar mede op basis daarvan (en ook op grond van de overeenkomsten die zij met BUMA/STEMRA heeft gesloten) stelt Ducapro gerechtigd te zijn op Aruba namens auteursrechthebbenden te mogen optreden.
5.8
Er zijn drie Nederlandse wetten relevant, namelijk de Auteurswet, de Wet op de naburige rechten (hierna: WNR) en de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (hierna: Wet Toezicht). De Auteurswet gaat ervan uit dat een inbreuk op het auteursrecht wordt goedgemaakt als er een billijke vergoeding wordt betaald aan een instelling als bedoeld in de Wet Toezicht (artikel 25c Auteurswet), zoals BUMA-STEMRA. Artikel 25g Auteurswet bepaalt dat er een Geschillencommissie bestaat voor disputen tussen de auteursrechthebbende en de instelling. De WNR ziet op bescherming van -kort gezegd- de uitvoerende kunstenaars. De Wet Toezicht stelt in artikel 2 een Pro College van Toezicht aan dat toezicht moet uitoefenen op de inning en verdeling van de rechteninkomsten, zowel op grond van de Auteurswet als op grond van de WNR. Lid 2:
“Het College ziet erop toe dat een collectieve beheersorganisatie voldoende is toegerust om zijn taken naar behoren uit te oefenen en bij de uitoefening van zijn werkzaamheden voldoende rekening houdt met de belangen van betalingsplichtigen [1] .”
5.9
BUMA/STEMRA is een collectieve beheersorganisatie. Zij staat in Nederland onder toezicht van de wettelijke Raad van Toezicht. Duidelijk is dat de Auteurswet, de WNR en de Wet Toezicht op Aruba niet gelden omdat het geen Rijkswetten zijn. BUMA/STEMRA heeft op grond van deze wetten dus geen basis om op Aruba een vergoeding voor openbaar gemaakte muziek te incasseren. Het (mogelijk) andersluidende betoog van Ducapro op grond van de Wet Toezicht gaat dus niet op. Evenmin heeft BUMA/STEMRA dat op basis van de Arubaanse regelgeving nu dat niet staat in de Auteursverordening en met de Wet Toezicht vergelijkbare regelgeving op Aruba ontbreekt, zoals hiervoor overwogen.
5.1
Blijft over het privaatrecht van Aruba (“het gemene recht”). En daar beroept Ducapro zich ook op. Zij stelt namelijk dat op basis van een overeenkomst met BUMA/STEMRA zij gerechtigd is op Aruba namens haar auteursrechten te handhaven en daarvoor een billijke vergoeding te vragen. Deze overeenkomst heeft Ducapro niet willen overleggen totdat het Gerecht bij rolbeschikking haar daarnaar heeft gevraagd. Toen is deze wel overgelegd. In hoofdlijnen weergegeven blijkt uit deze
“Mandaat Overeenkomst”het volgende. Contractspartij is
“De Rightsmanagement Enterprise / Collectieve beheersorganisatie Dutch Caribean Performing Rights Organisation”.BUMA/STEMRA verschaft aan Ducapro
“het niet overdraagbare non-exclusieve recht om in het territorium [2] toestemming te geven of te weigeren om het Buma-repertoire of verveelvoudigen daarvan in het openbaar uit te voeren, de voorwaarden vast te stellen voor het geven van die toestemming”, en, kort gezegd, daartegen te mogen optreden, zoals BUMA/STEMRA ook zou mogen. En andersom geldt hetzelfde: Ducapro verschaft BUMA/STEMRA hetzelfde recht voor haar repertoire in Nederland. Verder staat er een regeling in voor het in rekening brengen, beheren en uitkeren van de ontvangen vergoedingen en de kosten van Ducapro voor een en ander. Op de Mandaat Overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.
5.11
Het Gerecht overweegt het volgende. Blijkens de Mandaat Overeenkomst heeft Ducapro zich voorgedaan als een collectieve beheersorganisatie als bedoeld in de Nederlandse regelgeving. Echter, dat is zij niet, zoals hiervoor uitgelegd, omdat die Nederlandse regels op Aruba niet gelden en op Aruba eigen regels hierover niet bestaan. De basis onder de Mandaat Overeenkomst wordt verder aan het wankelen gebracht omdat Ducapro niet heeft duidelijk gemaakt van welk repertoire zij de belangenbehartiger is. Daarmee is het wederkerigheidselement in de Mandaat Overeenkomst ontkracht. Ook is van belang dat de Mandaat Overeenkomst niet exclusief is. QW heeft dus gelijk met haar stelling dat als zij aan Ducapro betaalt niet kan worden uitgesloten dat weer een andere partij zich opwerpt die ook op grond van een overeenkomst met BUMA/STEMRA een vergoeding claimt of dat BUMA/STEMRA dat zelf doet.
5.12
Met die laatste stelling van QW komt het Gerecht tot het belangrijkste argument dat tot afwijzing van de vorderingen van Ducapro leidt. Er is op Aruba geen dan wel onvoldoende wettelijke structuur waarbinnen vergoedingen voor gebruik van auteursrechten kunnen worden berekend, geïncasseerd, beheerd en vergoed aan de uiteindelijk rechthebbenden met een toezichtsysteem op deze geldstromen (modern gezegd: er is geen governance structuur). Naar het oordeel van het Gerecht is het aan de wetgever om hierop desgewenst actie te nemen. De contractuele basis waarop Ducapro zich beroept is dus onvoldoende. Een wettelijke regeling zou aan QW als betalingsplichtige de zekerheid bieden dat zij een redelijke vergoeding betaalt en dat zij niet te veel of zelfs dubbel betaalt. Een dergelijke regeling zou de rechthebbende de grootst mogelijke zekerheid bieden dat hij daadwerkelijk een vergoeding ontvangt. Maar ook dat er vergoedingen worden berekend die qua tarifering passen in de Arubaanse economische context. Het Gerecht tekent aan dat QW, en naar haar zeggen, de andere radiostations ook, bereid zijn tot betaling van dergelijke vergoedingen mits over voormelde punten duidelijkheid ontstaat. En naar het oordeel van het Gerecht is daarvoor een landsverordening noodzakelijk.
5.13
De vorderingen van Ducapro worden dus afgewezen. Zij wordt veroordeeld in de proceskosten van QX.

6.De beslissing

Het Gerecht:
wijst de vorderingen af,
veroordeelt Ducapro in de proceskosten, aan de zijde van QW begroot op nihil aan verschotten en op Afl. 3.750,00 aan salaris gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 10 juni 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Voetnoten

1.In dit geval zou dat QR als radiostation zijn.
2.Aruba, Curaçao, Bonaire, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba