Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAA:2026:129

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
AUA202503531
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 84 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in verzet tegen betalingsbevel wegens te late indiening

In deze verzetprocedure vordert opposante de vernietiging van een betalingsbevel dat door Setar was uitgevaardigd wegens een openstaande vordering. Setar had een betalingsbevel verkregen voor een bedrag van Afl. 1.754,81 plus incassokosten en wettelijke rente. Opposante stelde verzet in, maar dit gebeurde pas op 28 oktober 2025, terwijl het betalingsbevel op 15 juli 2021 aan haar was betekend.

Volgens artikel 84 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet verzet binnen twee weken na betekening van het vonnis of betalingsbevel worden ingesteld. Omdat opposante ruim na deze termijn verzet indiende, werd zij niet-ontvankelijk verklaard. Hierdoor kon het Gerecht niet inhoudelijk op haar verzet ingaan.

Tijdens de zitting gaf opposante aan het eens te zijn met de vordering en bereid te zijn te betalen, maar zij had financiële problemen en kon een eerdere betalingsregeling niet nakomen. Setar toonde zich bereid tot een nieuwe regeling. Het Gerecht adviseerde opposante contact op te nemen met de gemachtigde van Setar om tot een haalbare betalingsregeling te komen, mede gezien het derdenbeslag op het salaris van haar echtgenoot.

De uitspraak bevat tevens een veroordeling van opposante in de proceskosten, begroot op Afl. 250,-. Het vonnis werd uitgesproken op 22 april 2026 door rechter A.J.J. van Rijen.

Uitkomst: Opposante wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet wegens te late indiening en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Vonnis van 22 april 2026
Behorend bij A.R. AUA202503531
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[Opposante],
wonend te Aruba,
opposante, hierna ook te noemen: [opposante],
procederend in persoon,
tegen:
SERVICIO DI TELECOMUNICACION DI ARUBA (SETAR) N.V.,
gevestigd te Aruba,
geopposeerde, hierna ook te noemen: Setar,
gemachtigde: mr. M.E.D. Brown.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het oorspronkelijke verzoekschrift met producties van Setar, ingediend bij de griffie op 20 februari 2019;
  • het op 5 juni 2019 door dit Gerecht uitgevaardigd betalingsbevel onder zaaknummer AUA201900538;
  • het verzetschrift van [opposante], ingediend bij de griffie op 28 oktober 2025.
1.2
Op 31 maart 2026 vond een comparitie van partijen plaats. Hierbij waren partijen aanwezig en mr. E.H.J. Martis, die occupeerde voor mr. Brown. Partijen hebben hun standpunten verder toegelicht en vragen van de rechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is gezegd.
1.3
De rechter heeft daarna beslist dat vandaag uitspraak wordt gedaan.

2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1
Setar heeft bij verzoekschrift gevorderd dat [opposante] bij bevelschrift, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 1.754,81, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 maart 2012 en tot betaling van Afl. 375,- aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [opposante] in de proceskosten. [Opposante] heeft binnen de daarvoor gestelde termijn geen verweer gevoerd.
2.2
Bij betalingsbevel van 5 juni 2019 is de vordering van Setar toegewezen, met begroting van de proceskosten op Afl. 350,-.
2.3 [
Opposante] heeft tegen dit betalingsbevel verzet ingesteld. Zij vordert in deze verzetprocedure dat het Gerecht (naar het Gerecht begrijpt) het betalingsbevel vernietigt en de vordering van Setar alsnog afwijst.
2.4
Setar voert hiertegen verweer.
2.5
Het Gerecht zal hierna ingaan op de stellingen van partijen voor zover die van belang zijn voor de beslissing.

3.DE BEOORDELING

3.1
Allereerst moet het Gerecht beoordelen of [opposante] tijdig in verzet is gekomen. Op grond van artikel 84 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet het verzet worden ingesteld binnen twee weken nadat, kort gezegd, i) het vonnis in persoon is betekend, ii) de bij verstek veroordeelde persoon een daad van bekendheid met het vonnis of de tenuitvoerlegging daarvan heeft gepleegd, of iii) het vonnis ten uitvoer is gelegd. In dit geval moet voor ‘vonnis’ worden gelezen ‘betalingsbevel’.
3.2
Setar heeft tijdens de zitting een kopie van een exploot van 15 juli 2021 overgelegd, waaruit blijkt dat het betalingsbevel op die datum aan [opposante] in persoon is betekend. Dat betekent dat [opposante] op die datum bekend is geworden met de inhoud van het betalingsbevel. [Opposante] had binnen twee weken daarna en dus op uiterlijk 29 juli 2021 verzet moeten instellen. Zij heeft het verzet pas ingesteld op 28 oktober 2025 en dat is veel te laat. [Opposante] zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzet. De rechter kan het verzet van [opposante] niet inhoudelijk beoordelen.
3.3
Bij deze uitkomst van de procedure zal [opposante] worden veroordeeld in de kosten daarvan. De kosten worden aan de kant van Setar begroot op Afl. 250,- aan salaris van de gemachtigde (1 punt x tarief 2).
3.4
Het Gerecht merkt nog het volgende op. Tijdens de zitting heeft [opposante] toegelicht dat zij het eens is met de vordering en dat zij ook aan Setar wil betalen. Al in 2019 had zij met Setar een betalingsregeling getroffen, maar het lukte haar niet om die na te komen. [Opposante] heeft geen inkomen en wel vaste lasten, zoals de huur, die moeten worden betaald. Setar heeft daarop aangegeven open te staan voor een nieuwe betalingsregeling en dat [opposante] langs kan komen op het kantoor van Setars advocaat om daarover te praten. Het Gerecht raadt [opposante] daarom aan om contact op te nemen met Setars advocaat om tot nieuwe afspraken te komen die voor [opposante] financieel haalbaar zijn. Bij het maken van de nieuwe afspraken zal ook rekening moeten worden gehouden met het derdenbeslag dat Setar inmiddels heeft gelegd op het salaris van [opposante] echtgenoot.

5.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
verklaart [opposante] niet-ontvankelijk in haar verzet;
veroordeelt [opposante] in de kosten van de procedure, die tot de datum van deze uitspraak aan de kant van Setar worden begroot op Afl. 250,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 april 2026 in aanwezigheid van de griffier.