ECLI:NL:OGEAA:2026:108
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte ontuchtige handelingen wegens onvoldoende bewijs
Op 6 februari 2025 werd een melding gedaan van ontuchtige handelingen waarbij de verdachte, partner van de moeder van de aangeefster, werd beschuldigd van het betasten van de aangeefster terwijl zij sliep. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 75 voorwaardelijk, gebaseerd op de aangifte en getuigenverklaringen.
De verdediging voerde aan dat het bewijs ontbrak om de tenlastelegging te staven, met name omdat de verklaringen van de aangeefster niet werden ondersteund door forensisch bewijs. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) vond geen spermavloeistof of spermacellen op het sofabed en beddengoed, wat een wezenlijk onderdeel van de aangifte was.
Het Gerecht oordeelde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was en sprak de verdachte vrij. Tevens werd de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard, aangezien deze alleen bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en de benadeelde partij werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.