ECLI:NL:OGEAA:2025:320

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
22 oktober 2025
Publicatiedatum
5 november 2025
Zaaknummer
AUA202201456, AUA2023I00001 en AUA2023I00009
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Inbreuk op intellectuele eigendomsrechten door verkoop van gedecodeerde flessen door Arubaanse winkeliers

In deze zaak hebben de houders van internationale merken cognac en champagne, Hennessy c.s., een rechtszaak aangespannen tegen Arubaanse winkeliers, Island Foods c.s., die flessen verkopen waarvan de identificatienummers zijn verwijderd. Hennessy c.s. stelt dat deze handelingen inbreuk maken op hun intellectuele eigendomsrechten. Het gerecht heeft geoordeeld dat de merkhouders geen gegronde redenen hebben om zich te verzetten tegen de verkoop van de gedecodeerde flessen, verwijzend naar eerdere uitspraken van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en de Hoge Raad. Het belang van vrije parallelhandel, dat door de identificatienummers kan worden belemmerd, is door het gerecht als significant beschouwd. De vorderingen van Hennessy c.s. zijn afgewezen, en zij zijn veroordeeld in de proceskosten. De zaak is behandeld in de hoofdzaak AUA20221456 en de vrijwaringszaken AUA2023I00001 en AUA2023I00009, waarbij de rechter de rechtsregels en afwegingen uit de Diageo-rechtspraak als nog steeds geldig en aanvaardbaar heeft beoordeeld. De uitspraak benadrukt de noodzaak van rechtszekerheid en het vertrouwen in de rechtspraak, en bevestigt dat de wijzigingen aan de flessen geen noemenswaardige afbreuk doen aan de goede faam van de merken.

Uitspraak

Vonnis van 22 oktober 2025
Zaaknummers: AUA202201456, AUA2023I00001, AUA2023I00009
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de hoofdzaak AUA20221456

1.vennootschap naar vreemd recht SOCIÉTÉ JAS HENNESSY & CO,

2. de vennootschap naar vreemd recht MHCS,
beiden gevestigd in Frankrijk,
eiseressen,
gemachtigden: mrs. L.F. Herben en C.S. Mastenbroek,
tegen:

1.de naamloze vennootschap ISLAND FOODS & DISTRIBUTORS N.V.

H.O.D.N PRICESMART,
gevestigd in Aruba,
gedaagde,
mrs. M. Bemer en J.J. Steward,

2.de naamloze vennootschap HUA MEI ENTERPRISES N.V.,

gevestigd in Aruba,
gedaagde,
mr. D.M. Canwood,

3.de naamloze vennootschap SING FUNG N.V.,

gevestigd in Aruba,
gedaagde,
mr. D. Illes.
Eiseressen zullen hierna afzonderlijk Hennessy en MHCS worden genoemd en gezamenlijk Hennessy c.s.. Gedaagden zullen hierna afzonderlijk Island Foods, Hua Mei en Sing Fung worden genoemd en gezamenlijk Island Foods c.s..
in de vrijwaringszaak AUA2023I00001
1. de naamloze vennootschap SING FUNG N.V.,
gevestigd in Aruba,
verzoekster in vrijwaring, gedaagde in de hoofdzaak,
mr. D. Illes,
tegen:

2.de naamloze vennootschap PALMERA QUALITY PRODUCTS N.V.,

gevestigd te Aruba
gedaagde in vrijwaring,
hierna: Palmera,
mr. E.H.J. Martis,
in de vrijwaringszaak AUA2023I00009
1. de naamloze vennootschap HUA MEI ENTERPRISES N.V.,
gevestigd in Aruba,
verzoekster in vrijwaring, gedaagde in de hoofdzaak,
mr. D.M. Canwood,
tegen:

2.de naamloze vennootschap MARIEL TRADING N.V.,

gevestigd te Aruba
gedaagde in vrijwaring,
hierna: Mariel,
mr. M.O. Lopez.
Inleiding
In deze zaak richten houders van internationale bekende merken cognac en champagne zich tegen Arubaanse winkeliers die flessen te koop aanbieden waarvan de door de merkhouders aangebrachte identificatienummers zijn verwijderd. Met verwijzing naar en in aansluiting op eerdere uitspraken van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en de Hoge Raad, oordeelt het gerecht dat de merkhouders geen gegronde redenen hebben om zich te verzetten tegen de verdere verhandeling van de gedecodeerde flessen. Daarbij komt betekenis toe aan het door de lokale wetgever gehechte belang aan vrije parallelhandel, die door de identificatienummers kan worden belemmerd. Deze zaak wijkt op essentiële punten niet af van de recente vonnissen van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (CUR202202350, CUR202202351, CUR202202352), Sint Maarten (SXM202200797, SXM202201310), en van Bonaire 202200211). Ook auteursrechtinbreuk en onrechtmatig handelen zijn volgens het gerecht niet aan de orde.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure in de hoofdzaak (AUA20221456) blijkt uit:
- het vonnis in de incidenten d.d. 8 maart 2023
(toewijzing vrijwaring);
- conclusies van antwoord
(ook in vrijwaring);
- conclusies van repliek, tevens akte vermindering van eis
(ook in vrijwaring);
- conclusies van dupliek
(ook in vrijwaring);
-
akte uitlating productie in vrijwaring (Hua Mei);
1.2 .
Vonnis is nader bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Hennessy c.s. legt zich toe op de productie en verkoop van alcoholische dranken van bekende merken, van welke merken zij rechthebbenden zijn.
2.2.
Island Foods c.s. drijft winkels in Aruba waarin flessen drank van de merken van Hennessy c.s. worden verkocht.
2.3.
Hennessy c.s. voorziet de flessen drank die zij op de markt brengen en distribueren van een identificatienummer. De identificatienummers worden ergens in de verkoopketen – door anderen dan Island Foods c.s. - verwijderd.
2.4.
Hennessy c.s. heeft met behulp van het door hen ingehuurde opsporingsbedrijf Disosa [1] in de winkels van Island Foods c.s. flessen aangetroffen waarvan de identificatienummers zijn verwijderd. Het betreft volgens de rapporten van Disosa d.d. 28 juni 2021 Island Food en d.d. 10 november 2021 Hua Mei respectievelijk Sing Fung:
merkgerechtigde:
merk/ dranksoort:
methode verwijdering identificatienummer:
gedecodeerde flessen aangetroffen bij:
MHCS
Moët & Chandon, champagne
-de aan de voet van de fles in het glas gegraveerde code is weggeslepen
- het etiket op de achterzijde van de fles is gedecodeerd
Island Foods
Hennessy
Hennessy, cognac
-de code op het etiket aan de achterkant van de fles is onleesbaar gemaakt
Hua Mei
MHCS
Moët & Chandon, champagne
- het etiket op de achterzijde van de fles is gedecodeerd
Sing Fung
2.5.
Hennessy c.s. heeft na daartoe verkregen verlof conservatoire beslagen gelegd ten laste van Island Foods c.s.

3.De vorderingen en het verweer

3.1.
Hennessy c.s. vordert, na vermindering van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad
kort samengevat, Island Foods c.s. te veroordelen tot:
  • het staken en gestaakt houden van inbreuk op hun intellectuele eigendomsrechten;
  • het op eigen kosten terugroepen (
  • het doen van schriftelijke opgave van gegevens over inkoop en verkoop;
  • betaling van een dwangsom van USD 500,- per dag indien Island Foods in strijd handelt met de gevorderde bevelen c.q. veroordelingen;
  • vergoeding van de schade en (proces)kosten.
3.2.
Hennessy c.s. legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Island Foods c.s. door gedecodeerde en deels ook flessen met weggeslepen gegraveerde code te verkopen inbreuk maakt en hebben gemaakt op het merkrecht en het auteursrecht van Hennessy c.s. en dat zij onrechtmatig jegens hen handelt.
3.3.
Island Foods c.s. heeft gemotiveerd verweer gevoerd, onder meer met de stelling dat volgens de vigerende rechtspraak van het Gemeenschappelijk Hof winkeliers gerechtigd zijn alhier gedecodeerde (maar rechtmatig via de parallelhandel verkregen) flessen aan te bieden.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Ontvankelijkheid
4.1.
Island Foods heeft een beroep gedaan op de niet-ontvankelijkheid van Hennessy omdat Island Foods en Hennessy in deze zaak geen rechtsverhouding met elkaar hebben en Hennessy op grond van artikel 3:303 BW geen belang bij de door haar ingestelde rechtsvordering heeft. Hennessy c.s. heeft bij akte vermindering eis de vordering van Hennessy tegen Island Foods ingetrokken, het beroep op niet-ontvankelijkheid wordt om die reden afgewezen.
Gezamenlijke behandeling
4.2.
Hennessy c.s. heeft vorderingen ingesteld tegen Hua Mei en MHCS heeft vorderingen ingesteld tegen Island Foods en Sing Fung. Nu deze (deel) vorderingen met elkaar samenhangen dan wel aan elkaar verknocht zijn, lenen ze zich voor gezamenlijke behandeling.
Wettelijke grondslag van de vorderingen van Hennessy c.s.
4.3.
Hennessy c.s. baseert haar vorderingen op artikel 2 lid 1 van de Arubaanse
Merkenverordening:
“Het recht tot uitsluitend gebruik van een merk ter onderscheiding van iemands waren of diensten van die van anderen komt toe aan degene, die het eerst tot het omschreven doel van dat merk in Aruba gebruik heeft gemaakt, doch alleen voor die soort van waren of diensten, waarvoor het door hem gebruikt is, en niet langer dan drie jaren na het laatste gebruik.”
4.4.
Zij stelt voorts dat de verkoop van gedecodeerde flessen door Island Foods c.s. onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek en dat Island Foods c.s. daarmee inbreuk maken op hun auteursrecht. .
Precedent
4.5.
In hoge mate vergelijkbare zaken zijn al eerder door merkgerechtigden aan de Gerechten in Eerste Aanleg, het Gemeenschappelijk Hof en de Hoge Raad voorgelegd:
4.6.
In het arrest van 19 oktober 2012 overwoog de Hoge Raad onder meer:
“Het gerecht heeft de vorderingen afgewezen, het hof heeft dat vonnis bevestigd. Het overwoog daartoe allereerst, met een beroep op HR 1 juni 2007, LJN BA3525, NJ 2007/309, dat voor de beantwoording van de zojuist bedoelde vraag dient te worden uitgegaan van de herkomstgarantie als wezenlijke functie van het merk (rov. 4.6). Voorts herinnerde het hof eraan dat blijkens de totstandkomingsgeschiedenis van (art. 23 lid 8 van) de Mlv in de Nederlandse Antillen uitdrukkelijk is gekozen voor een systeem van wereldwijde uitputting om een vrije parallelhandel mogelijk te maken. Voorts overwoog het dat identificatiecodes merkhouders in staat stellen lekken in de verkooporganisatie op te sporen en aldus een beletsel kunnen vormen voor parallelimport en dat de uitputtingsregel van art. 23 lid 8 Mlv niet gefrustreerd kan worden door het enkele verwijderen van codes als inbreukmakend te bestempelen (rov. 4.7-4.8).
Het hof oordeelde dat de veranderingen die de flessen en verpakkingen hebben ondergaan door het verwijderen van de codes zeer gering zijn en geen noemenswaardige afbreuk doen aan de goede faam van de merken, ook niet als wordt uitgegaan van het luxe imago van die merken, noch dat zij tot herkomstverwarring kunnen leiden (rov. 4.9).
Het achtte aannemelijk dat de codes (mede) zijn aangebracht om een "recall" te vergemakkelijken, om namaak te kunnen herkennen en opsporen en productaansprakelijkheid te beperken, waarbij het, aldus het hof, om legitieme doelen gaat, maar dat die doeleinden nog niet meebrengen dat Diageo c.s. zich tegen het verhandelen van flessen zonder code kunnen verzetten. Gelet op het belang voor Sint Maarten dat ook volgens de wetsgeschiedenis van de Mlv moet worden gehecht aan de vrije parallelhandel, aldus het hof, moet op dit punt de concordantie van rechtspraak wijken voor het door de wetgever beoogde systeem van vrije parallelimport (rov. 4.10-4.11). Afweging van de legitieme belangen van Diageo c.s. bij het ongemoeid laten van de identificatiecodes tegen het belang van een vrije parallelhandel in Sint Maarten leidt tot het oordeel dat geen sprake is van een gegronde reden voor Diageo c.s. voor verzet als bedoeld in art. 23 lid 8 Mlv (rov. 4.12).”
4.7.
Over het door de wetgever benadrukte belang van parallelhandel had het hof in die zaak overwogen:
“Een relevante omstandigheid bij de beantwoording van de vraag of Diageo gegronde redenen heeft voor verzet is voorts dat parallelimport in Sint Maarten is toegestaan en zelfs wenselijk wordt geacht. Uit de toelichting op artikel 23 Mlv (Nota van wijziging, Staten van de Nederlandse Antillen, zitting 1996-1997 - 1747, nr. 6, p. 3) volgt dat gekozen is voor wereldwijde uitputting om een vrije parallelhandel mogelijk te maken. Deze toelichting luidt, voor zover hier van belang:
"Thans evenwel is ondergetekende van mening dat het de voorkeur verdient in navolging van de huidige nog geldende regeling uit 1960 opnieuw te kiezen voor wereldwijde uitputting. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat de Nederlandse Antillen als klein land sterk afhankelijk zijn van import. In verband hiermee is ons land het meest gebaat bij wereldwijde uitputting. Landelijke uitputting zou immers import uit goedkopere derde-landen in de weg kunnen staan, hetgeen producten alhier onnodig duurder kan maken (duurder niet alleen voor onze eigen mensen maar ook voor de toeristen)."
Als onvoldoende betwist staat vast dat de identificatiecodes Diageo of anderen in staat stellen om lekken in de verkooporganisatie op te sporen, dat zij om die reden een sta-in-de-weg kunnen vormen voor parallelimport en dat zij met het oog daarop zijn verwijderd. De stelling van Diageo dat zij de codes niet voor een dergelijke opsporing gebruikt kan daaraan niet afdoen. Sriram c.s. hebben er belang bij dat de door de wetgever beoogde vrije parallelhandel in de praktijk niet wordt ondergraven door de aanwezigheid van coderingen. Niet betwist is immers dat Sriram c.s. de flessen via parallelhandel (veel) goedkoper kunnen inkopen dan wanneer zij zouden zijn aangewezen op de verkooporganisatie van Diageo.”
4.8.
Hennessy c.s. beoogt met de onderhavige procedure dat wordt teruggekomen van, zogezegd, de Diageo-rechtspraak. Het gerecht zal dat niet doen. Naar het oordeel van het gerecht zijn de rechtsregels en afwegingen uit de Diageo-rechtspraak nog steeds – ook in deze zaak – geldend en aanvaardbaar. Bedacht moet daarbij worden dat de gebondenheid aan de precedenten mede berust op argumenten te ontlenen aan de rechtseenheid, de rechtsgelijkheid, de rechtszekerheid en het vertrouwen in de rechtspraak. Deze argumenten leggen een zelfstandig gewicht in de schaal als het gaat om de vraag of aan precedenten nog moet worden vastgehouden. Dit alles klemt hier te meer nu het hier gaat om een reeks van betrekkelijk recente, zonder succes in cassatie bestreden uitspraken van de hoogste feitenrechter (het Gemeenschappelijk Hof).
Geen grond voor afwijking in deze zaak
4.9.
Net als in de Diageo-zaken zijn de fysieke veranderingen die de flessen van Hennessy c.s. hebben ondergaan door het verwijderen en/of het afplakken van de identificatienummers zeer gering en doen deze geen noemenswaardige afbreuk aan de goede faam van de merken. De uiterlijke veranderingen van de flessen, het decoderen op de achterzijde van het etiket, het onleesbaar maken van de code op de achterkant van de fles en het verwijderen van de aan de voet van de fles gegraveerde code, zijn te onopvallend en niet zodanig dat daardoor verwarring bij de consument kan ontstaan omtrent de herkomst.
4.10.
De later in de procedure ingenomen stelling van Hennessy c.s. dat er bij het wegslijpen aan de voet van de bij Island Food aangetroffen champagnefles diepe en daardoor gevaarlijke inslijping heeft plaatsgevonden, wordt niet gestaafd door het in opdracht van Hennessy c.s. opgemaakte rapport van Disosa d.d. 21 juni 2021, noch door enig andere feitelijke onderbouwing. Indien Hennessy c.s. deze stelling op enige wijze had willen onderbouwen, dan waren de feiten daarvoor eenvoudig door haar te vergaren geweest door bijvoorbeeld nader deskundigen onderzoek te verrichten op de flessen, die immers bij Island Food c.s. door Hennessy c.s. in beslag zijn genomen. Dit geldt eveneens voor het door Hennessy c.s. ingenomen stelling over het ontploffingsgevaar van flessen waarvan het nummer is weggeslepen.
4.11.
De stelling van Hennessy c.s. dat belangrijke bewijsmiddelen die zij in de onderhavige zaak heeft aangevoerd, niet zijn meegewogen in de recente vonnissen van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (CUR202202350, CUR202202351, CUR20222352), Sint Maarten (SXM202200797, SXM202201310), en van Bonaire 202200211), wordt verworpen. Zoals Hennessy c.s. zelf heeft gegeven gaat het bij de inbeslaggenomen flessen niet om ongeoorloofde namaak (counterfeit) en evenmin is er in deze zaak sprake van het bewerken van de op de buitenkant van de flessenhals aangebrachte code door middel van het via een klein gaatje in de folie om de flessenhals inspuiten van een vloeistof die de code doet verdwijnen. Alle door Hennessy c.s. aangevoerde voorbeelden uit andere zaken elders, waarbij gevaar voor de volksgezondheid is ontstaan door de gewijzigde inhoud van de flessen, welke door haar als belangrijke nieuwe bewijsmiddelen worden gepresenteerd, gaan om die reden hier niet op. Datzelfde geldt voor het door Hennessy c.s. genoemde ontploffingsgevaar van flessen waarvan het nummer is weggeslepen, dit laatste mede in het licht van de tegenwerping van Island Food c.s. dat ‘hele liefdesbrieven’ in Moët & Chandon-flessen plegen te worden gegraveerd.
4.12.
De overige door Hennessy c.s. in deze zaak aangevoerde argumenten en belangen op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat zij gegronde redenen hebben voor verzet als bedoeld in artikel 2 Merkenverordening en het handelen van Island Food c.s. als onrechtmatig zou moeten worden aangemerkt, zijn ook al naar voren gebracht en meegewogen in de Diago-rechtspraak. Dit betreft onder meer de stellingen van Hennessy c.s. over de volksgezondheid, “recall”, bestrijding van namaak (“counterfeit”, het al dan niet drukkende effect van parallelhandel op de winkelprijzen en het concordantiebeginsel.
4.13.
Naar het oordeel van het gerecht is er geen sprake van relevante wijzigingen in de maatschappelijke opvattingen of de omstandigheden die zich sedert de Diageo-rechtspraak hebben voorgedaan en die tot afwijking dwingen. Hennessy c.s. zeggen steun te vinden voor een tegengestelde opvatting in de uitspraak van het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 2 december 2022 (SXM2022-1216, niet gepubliceerd) in een opheffingskortgeding naar aanleiding van een door MHCS ten laste van een (andere) winkelier gelegd beslag. Daargelaten dat één zwaluw nog geen zomer maakt, blijkt uit dat vonnis niet dat de Diageo-rechtspraak in de beoordeling is betrokken, laat staan dat bedoeld is daarmee te breken.
4.14.
Dat de minimale ingrepen in het uiterlijk van de flessen kunnen worden aangemerkt als een relevante wijziging als bedoeld in artikel 25 lid 1 Auteursverordening en daarom als een inbreuk op het auteursrecht, hebben Hennessy c.s. niet onderbouwd en vermag het gerecht niet in te zien. In het midden kan daarom blijven of die ingrepen hebben plaatsgehad in auteursrechtelijke beschermde (delen van) werken.
Slotsom en proceskosten
4.15.
Op grond van het voorgaande zullen de vorderingen van Hennessy c.s. worden afgewezen. De overige stellingen en verweren behoeven geen bespreking.
Hennessy c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. Een proceskostenveroordeling van de daadwerkelijk gemaakte kosten zoals door Island Foods is gevorderd omdat Hennessy c.s. op grond van de vaste Diageo-rechtspraak op voorhand had moeten begrijpen dat hun vorderingen in redelijkheid geen kans van slagen zouden hebben, wordt als onvoldoende grond daarvoor afgewezen. Het liquidatietarief neergelegd in het Procesreglement 2023 zal worden toegepast, en het gemachtigdensalaris zal daarbij worden geliquideerd op basis van tarief 5, twee punten. De door Island foods gevorderde wettelijke rente en de nakosten worden toegewezen zoals hierna onder de beslissing is vermeld.
In de vrijwaringszaken
4.16.
De vorderingen strekken ertoe dat Palmera en Mariel worden veroordeeld om aan Hua Mei en Sing Fung het bedrag te betalen dat Hua Mei en Sing Fung respectievelijk worden veroordeeld om aan Hennessy c.s. te betalen. Nu deze laatste veroordeling in de hoofdzaak niet wordt uitgesproken, behoeft de vordering in de vrijwaringszaken geen inhoudelijke beoordeling alvorens zij kunnen worden afgewezen.
4.17.
Hiermee is Hua Mei jegens Palmera en Sing Fung jegens Mariel de in het ongelijk gestelde partij, zodat zij worden veroordeeld om hun proceskosten te betalen. Deze worden tot de uitspraak van dit vonnis begroot op Afl. 1.250,- aan salaris voor de gemachtigden.

5.De beslissing

Het Gerecht:
In de hoofdzaak:
5.1
wijst het gevorderde af;
5.2
veroordeelt Hennessy c.s. hoofdelijk in de proceskosten (salaris gemachtigde) aan de zijde van Island Foods c.s. gerezen, tot op heden begroot op:
- Afl. 2.500,- voor Island Food
- Afl. 2.500,- voor Hua Mei
- Afl. 2.500,- voor Sing Fung;
voor Island Food te vermeerderen met de nakosten, en bij het uitblijven van betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de uitspraak van dit vonnis, verklaart deze proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
In de vrijwaringszaken:
5.3.
wijst het gevorderde af;
5.4.
veroordeelt Hua Mei in de kosten van de procedure, die tot de datum van deze uitspraak aan de kant van Palmera worden begroot op Afl. 1.250,- aan salaris van de gemachtigde, en verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
veroordeelt Sing Fung in de kosten van de procedure, die tot de datum van deze uitspraak aan de kant van Mariel worden begroot op Afl. 1.250,- aan salaris van de gemachtigde, en verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en is uitgesproken door mr. T.A.M. Tijhuis ter openbare terechtzitting van woensdag 22 oktober 2025 in aanwezigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Disosa is de Anti Couterfeit & Brand Protection Agency, opererend in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied