Verzoekster, werkzaam als ploegcommandant bij het Korrektie Instituut Aruba, kreeg op 6 september 2024 een toegangsontzegging opgelegd vanwege een intern onderzoek naar nalatig en onverantwoord handelen. Deze toegangsontzegging werd tweemaal met zes weken verlengd, laatstelijk op 29 november 2024.
Verzoekster maakte bezwaar tegen de laatste verlenging en verzocht op 11 december 2024 om een voorziening bij voorraad om de toegangsontzegging op te heffen, zodat zij haar werkzaamheden kon hervatten. Tijdens de zitting op 6 januari 2025 werd toegelicht dat de toegangsontzegging op 10 januari 2025 zou eindigen en geen verdere verlenging zou volgen, maar dat verzoekster aansluitend geschorst zou worden.
Het gerecht oordeelde dat het verzoek om een voorziening bij voorraad niet ontvankelijk was omdat het procesbelang was komen te vervallen; de toegangsontzegging was immers verstreken en verdere verlenging uitgesloten. Een inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit is voorbehouden aan de bodemprocedure. Het verzoek werd daarom afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door rechter W.C.E. Winfield op 20 januari 2025. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.