ECLI:NL:OGEAA:2025:272
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op ophoging grond en herstel afwatering wegens onrechtmatige hinder tussen buren
Eiseressen zijn eigenaressen van aangrenzende percelen waarvan de erfafscheidingsmuren grenzen aan het perceel van gedaagde. Gedaagde heeft zijn perceel opgehoogd met zand en grond tot nabij de erfafscheidingsmuren, wat volgens een deskundigenrapport leidt tot constructieve schade, instabiliteit, verlies van privacy en verstoring van de natuurlijke afwatering.
Eiseressen vorderden in kort geding een verbod op verdere ophoging binnen tien meter van hun erfafscheidingsmuren, verwijdering van reeds aangebrachte ophoging, herstel van de afwatering en opname van een derdenbeding in toekomstige koopovereenkomsten. Gedaagde betwistte de onrechtmatigheid van zijn handelen.
Het Gerecht oordeelde dat eiseressen voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat sprake is van onrechtmatige hinder in de zin van artikel 5:37 BW Pro en 6:162 BW. Het deskundigenrapport werd als overtuigend beschouwd en gedaagde kon dit onvoldoende weerleggen. De vordering tot het derdenbeding werd afgewezen wegens contractsvrijheid en speculatieve aard.
Het Gerecht verbood gedaagde om binnen tien meter van de erfafscheidingsmuren nog grond op te hogen, beval verwijdering van reeds aangebrachte ophoging binnen zeven dagen en herstel van de afwatering. Tevens werd een dwangsom van Afl. 1.000,- per dag opgelegd met een maximum van Afl. 200.000,-. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt verboden grond op te hogen nabij erfafscheidingsmuren en moet herstelmaatregelen treffen wegens onrechtmatige hinder.