ECLI:NL:OGEAA:2025:249

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
14 juli 2025
Publicatiedatum
11 september 2025
Zaaknummer
AUA202404302
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep precariovergunning

Appellante, een naamloze vennootschap gevestigd in Aruba, had beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Algemene Zaken, Innovatie, Overheidsorganisatie, Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening. Het beroep betrof de (fictieve) afwijzing van haar aanvraag om een precariovergunning. De behandeling van het beroep stond gepland op 20 augustus 2025.

Op 19 augustus 2025 trok appellante haar beroep in. Op dezelfde dag verzocht de minister om appellante te veroordelen in de door haar gemaakte proceskosten. De rechter overwoog dat noch de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar), noch de jurisprudentie een grondslag biedt voor een dergelijke proceskostenveroordeling na intrekking van het beroep.

Daarom wees de rechter het verzoek van de minister af. De uitspraak werd gedaan op 25 augustus 2025 door rechter W.C.E. Winfield tijdens een openbare terechtzitting. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Uitkomst: Het verzoek van de minister tot veroordeling van appellante in proceskosten wordt afgewezen.

Uitspraak

Uitspraak van 25 augustus 2025
Lar nr. AUA202404302

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het verzoek van:
DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN, INNOVATIE, OVERHEIDSORGANISATIE, INFRASTRUCTUUR EN RUIMTELIJKE ORDENING,
zetelend in Aruba,
DE MINISTER,
gemachtigde: de advocaat mr. A.F. Kuster,
tot veroordeling in de proceskosten, gemaakt in de beroepsprocedure op grond van artikel 23 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) in de zaak van:

de naamloze vennootschap OCEAN FAITH N.V.,

gevestigd in Aruba,
gemachtigde: de advocaat mr. V.C. Perše,
APPELLANTE,
gericht tegen:
DE MINISTER.

PROCESVERLOOP

Op 5 december 2024 heeft appellante beroep ingesteld tegen de beslissing van de minister van 25 oktober 2024, genomen op het bezwaar van appellant tegen de (fictieve) afwijzing van haar aanvraag om een precariovergunning.
De behandeling van het beroep stond geagendeerd voor 20 augustus 2025.
Bij emailbericht van 19 augustus heeft appellante bericht dat het beroep wordt ingetrokken.
Bij emailbericht van eveneens 19 augustus 2025 heeft de minister verzocht appellante in de door de minister gemaakte proceskosten te veroordelen.

OVERWEGINGEN

Voor een veroordeling van de indiener van een beroepschrift in de door een bestuursorgaan gemaakte proceskosten bestaat in de Lar noch in de daaromtrent ontwikkelde jurisprudentie (vergelijk ECLI:NL:OGEAA:2025:99) enige grondslag.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2025 in aanwezigheid van de griffier.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend
binnen zes wekenna de dagtekening van deze uitspraak.
Het hoger beroep moet worden ingediend bij het gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.
De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
  • het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
  • een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
  • vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment worden ingediend.
Voor het instellen van het hoger beroep is griffierecht verschuldigd.