AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing verzoek tot wijziging geslachtsaanduiding in geboorteakte op grond van EVRM artikel 8
Verzoeker, geboren in 2006 in Aruba en van het vrouwelijk geslacht, heeft reeds een wijziging van zijn voornamen toegewezen gekregen. Hij verzoekt nu om wijziging van de geslachtsaanduiding in zijn geboorteakte van vrouwelijk naar mannelijk.
De Ambtenaar van de Burgerlijke Stand (ABS) voert verweer met het argument dat de geboorteakte correct is en dat Arubaanse wetgeving geen voorziening kent voor wijziging van geslachtsaanduiding. Het Gerecht stelt echter vast dat op grond van artikel 8 EVRMPro, dat het recht op privéleven beschermt, transgender personen recht hebben op juridische erkenning van hun geslachtswijziging, ook in de registers van de burgerlijke stand.
Het Gerecht overweegt dat artikel 1:24 BWPro, dat ruimte laat voor verbetering van akten bij misslag, de meest geschikte wettelijke grondslag biedt. Tevens stelt het Gerecht als voorwaarde dat uit een verklaring van een medisch deskundige blijkt dat de overtuiging van het andere geslacht blijvend is. Gelet op de overgelegde medische verklaringen en de eigen verklaring van verzoeker wordt aan deze voorwaarde voldaan.
Daarom wordt het verzoek toegewezen en gelast dat de ABS als latere vermelding de geslachtsaanduiding in de geboorteakte wijzigt van vrouwelijk naar mannelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte wordt toegewezen en de geslachtsaanduiding wordt gewijzigd van vrouwelijk naar mannelijk.
Uitspraak
Beschikking van 1 juli 2025
Behorend bij EJ nr. AUA202500541
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[Verzoeker],
wonende in Aruba,
verzoeker,
gemachtigde: de advocaat mr. E.A.D.M.E.J. Wever,
waarbij als belanghebbende is aangemerkt:
De Ambtenaar van de Burgerlijke Stand,
gevestigd te Aruba,
hierna: ABS.
1.DE PROCEDURE
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift, ingediend op 24 februari 2025
het advies van de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand, ingediend op 2 juni 2025;
de mondelinge behandeling ter zitting van 3 juni 2025 waar zijn verschenen verzoeker in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde via video-verbinding en [functionaris namens ABS] namens de ABS.
1.2
Op het verzoek tot wijziging van de voornaam is tijdens de zitting beslist. De beslissing op het verzoekt tot verbetering van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte is aangehouden tot vandaag.
2.DE FEITEN
2.1
Verzoeker is op [geboortedatum] 2006 in Aruba geboren. Verzoeker heeft de Nederlandse nationaliteit.
2.2
Aan verzoeker zijn bij zijn geboorte de voornamen “[verzoeker]” gegeven. Op de geboorteakte van verzoeker staat vermeld dat hij van het vrouwelijk geslacht is.
2.3
Bij beschikking van 3 juni 2025 zijn de voornamen van verzoeker gewijzigd in “[A]”. In die beschikking heeft het Gerecht overwogen dat is gebleken dat verzoeker al geruime tijd door het leven gaat als man. Bij verzoeker is sprake van genderdysforie en hij heeft het medische traject dat moet leiden tot zijn transitie inmiddels bijna afgerond.
3.HET VERZOEK
3.1
Verzoeker verzoekt (naast de al toegewezen voornaamswijziging) om te gelasten dat de geslachtsaanduiding op zijn geboorteakte wordt gewijzigd, in die zin dat de geslachtsaanduiding “vrouwelijk” wordt verbeterd in “mannelijk”.
4.DE BEOORDELING
4.1
Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:24 BWPro. Op grond van deze bepaling kan de rechter op verzoek van een belanghebbende de aanvulling, doorhaling of verbetering gelasten van een akte in een register van de burgerlijke stand.
4.2
De ABS heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen het verzoek tot verbetering van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte van verzoeker. De ABS heeft in dit verband aangevoerd dat de geboorteakte juist is: verzoeker is immers geboren als vrouw en dus is er geen fout gemaakt bij het opmaken van de geboorteakte. De ABS heeft er daarnaast op gewezen dat (anders dan bijvoorbeeld in Nederland) de Arubaanse wet – die in 2021 nog is gemoderniseerd – geen mogelijkheid biedt om de geslachtsaanduiding in een geboorteakte te wijzigen. Voor zover het Gerecht van oordeel zou zijn dat sprake is van strijd met fundamentele mensenrechten, is het aan de wetgever om dat op te lossen en niet aan de rechter, zo heeft de ABS betoogd.
4.3
Het Gerecht stelt bij de beoordeling van het verzoek voorop dat volgens vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) de genderidentiteit onderdeel uitmaakt van iemands recht op privéleven. Het recht op privéleven wordt beschermd door artikel 8 vanPro het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Het EHRM heeft geoordeeld dat artikel 8 EVRMPro meebrengt dat een persoon van wie het geslacht is gewijzigd, er in beginsel recht op heeft dat de vermelding van het geslacht in zijn of haar geboorteakte wordt gewijzigd. [1] Aan overheden komt in dit verband maar een “small margin of appreciation” toe. [2] Dit betekent – kort gezegd – dat landen die zijn aangesloten bij het EVRM, het mogelijk moeten maken dat een geslachtswijziging juridisch wordt erkend, in die zin dat de geslachtswijziging wordt verwerkt in de registers van de burgerlijke stand.
4.4
De ABS heeft erop gewezen dat het Arubaanse recht geen (explicibepaling kent op grond waarvan aan de geboorteakte een latere vermelding van wijziging van het geslacht kan worden toegevoegd. Uit hetgeen het Gerecht hiervoor overwoog, blijkt echter dat op Aruba als verdragsluitende staat bij het EVRM de positieve verplichting voortvloeit om aan transgender personen de mogelijkheid te bieden hun geslacht te wijzigen in de registers van de burgerlijke stand. Bij gebrek aan een specifieke wettelijke bepaling, is artikel 1:24 BWPro daarvoor de meest voor de hand liggende mogelijkheid. In dit verband overweegt het Gerecht dat volgens de Hoge Raad het begrip “misslag” in artikel 1:24 BWPro enige ruimte laat om de geslachtsaanduiding in de geboorteakte aan te passen aan iemands eigen overtuiging over diens genderidentiteit. [3] Maar ook als artikel 1:24 BWPro niet de grondslag zou kunnen zijn voor toewijzing van een verzoek tot wijziging van de geslachtsaanduiding in een geboorteakte, is het Gerecht van oordeel dat de ABS op grond van artikel 8 EVRMPro gehouden is dergelijke wijzigingen – met inachtneming van het hierna volgende – door te voeren.
4.5
Het Gerecht is van oordeel dat als voorwaarde voor toewijzing van een verzoek tot wijziging van de geslachtsregistratie moet gelden dat uit een verklaring van een (medisch) deskundige blijkt dat de betrokkene de overtuiging heeft tot het andere geslacht te behoren en dat deze overtuiging blijvend is gebleken. Daarbij neemt het Gerecht in aanmerking dat met deze voorwaarde de lichamelijke integriteit van betrokkene niet wordt aangetast [4] , terwijl daarmee zowel het belang van de betrokkene als het maatschappelijk belang wordt beschermd, doordat wordt voorkomen dat ondoordacht wordt begonnen aan een proces van juridische wijziging van de geslachtsaanduiding.
4.6
In dit geval is het Gerecht, gelet op de overgelegde verklaringen van psycholoog [psycholoog], Gz-psycholoog Gz-psycholoog] en kinderarts [kinderarts], in combinatie met de eigen verklaring van verzoeker, van oordeel dat aan de hiervoor genoemde voorwaarde is voldaan. Het verzoek zal daarom worden toegewezen op de manier die hierna in de beslissing wordt vermeld.
5.DE BESLISSING
Het Gerecht:
5.1
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand als latere vermelding aan de akte van geboorte van verzoeker (aktenummer [geboorteaktenummer] van het registerjaar 2007) toe te voegen de wijziging van het geslacht van “vrouwelijk” in “mannelijk”;
5.2
bepaalt dat de griffier na zes weken een afschrift van deze beschikking zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Brandt, rechter in dit Gerecht, ter terechtzitting van dinsdag 1 juli 2025 in tegenwoordigheid de griffier.
Voetnoten
1.EHRM 11 juli 2002, nr. 28957/95 (Goodwin / Verenigd Koninkrijk),
2.EHRM 19 januari 2021, nrs. 2145/16 en 20607/16 (X en Y / Roemenië).