ECLI:NL:OGEAA:2024:82

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
6 maart 2024
Publicatiedatum
31 mei 2024
Zaaknummer
AUA202204472
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23, tweede lid, LarLandsverordening openbaarheid van bestuurLandsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging fictieve afwijzing en oplegging termijn voor reële beslissing op bezwaar

Appellant verzocht op 23 juni 2022 om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn voor een openbaarmakingsverzoek op grond van de Landsverordening openbaarheid van bestuur (Lob). Na het uitblijven van een beslissing op dit verzoek maakte appellant bezwaar op 13 september 2022. Toen ook op het bezwaar geen beslissing volgde, stelde appellant op 19 december 2022 beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.

Tijdens de zitting van 19 april 2023 verscheen appellant bij zijn gemachtigde en overhandigde een nieuwe machtiging. Verweerder reageerde op 17 mei 2023. Het gerecht constateerde dat ten tijde van het onderzoek geen reële beslissing op het bezwaar was genomen, terwijl verweerder daartoe verplicht was. Volgens artikel 23, tweede lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) wordt het uitblijven van een beslissing gelijkgesteld met een afwijzing, maar deze was niet gemotiveerd en kon daarom niet in stand blijven.

Het gerecht veroordeelde verweerder tot betaling van de kosten van het geding aan appellant en bepaalde dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van de uitspraak een reële beslissing moet nemen op het bezwaar. Tevens werd het door appellant betaalde griffierecht terugbetaald. Beide partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de fictieve afwijzing vernietigd en verweerder opgedragen binnen drie maanden een reële beslissing te nemen.

Uitspraak

Uitspraak van 6 maart 2024
Lar nr. AUA202204472

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[Appellant],

wonend in Aruba,
APPELLANT,
gemachtigde: drs. M.L. Hassell,
gericht tegen:

DE MINISTER VAN JUSTITIE EN SOCIALE ZAKEN,

zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij brief van 23 juni 2022 heeft appellant verweerder verzocht om toekenning van immateriële schade naar aanleiding van de overschrijding van de redelijke termijn inzake zijn verzoek om openbaarmaking krachtens de Landsverordening openbaarheid van bestuur (Lob) van 14 januari 2020.
Tegen het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek heeft appellant op 13 september 2022 bezwaar gemaakt.
Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellant op 19 december 2022 beroep ingesteld bij dit gerecht.
Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 19 april 2023. Appellant is verschenen bij zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Desgevraagd heeft appellant op 19 april 2023 een nieuwe machtiging overgelegd.
Verweerder heeft op 17 mei 2023 een reactie ingediend.
De uitspraak is vervolgens nader bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1.1
Het gerecht overweegt dat de machtiging van 19 april 2023 toereikend is bevonden.
1.2
Niet is gebleken dat ten tijde van het sluiten van het onderzoek een reële beslissing op het bezwaar is genomen. Verweerder is daartoe wel verplicht. Ingevolge artikel 23, tweede lid, van de Lar wordt het uitblijven van een beslissing gelijkgesteld met een afwijzende beslissing. Nu deze afwijzende beslissing niet is gemotiveerd, kan deze niet in stand blijven.
1.2
Nu appellant met recht in beroep is gekomen en zich bij gemachtigde heeft laten vertegenwoordigen, is aannemelijk geworden dat appellante hiertoe noodzakelijke kosten heeft gemaakt. Verweerder zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding, begroot op een bedrag van Afl. 350,- (2x700x0,25) aan gemachtigdensalaris.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden fictieve afwijzende beslissing op het bezwaar van appellant;
- bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van appellant;
- veroordeelt verweerder tot betaling van de door appellant voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 175,-;
- gelast dat het door appellante gestorte griffierecht van Afl. 25,- aan hem wordt terugbetaald.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 6 maart 2024, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.