ECLI:NL:OGEAA:2023:197
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Weigering bevestiging optieverklaring Nederlanderschap wegens verblijfsgat en overtreding verblijfsvergunning
Appellante, met de Peruaanse nationaliteit en gehuwd met een Nederlandse echtgenoot, heeft op 15 oktober 2020 een optieverklaring tot verkrijging van het Nederlanderschap afgelegd. De Gouverneur van Aruba weigerde deze verklaring te bevestigen omdat appellante niet voldeed aan de vereiste van een onafgebroken periode van vijftien jaar toelating en hoofdverblijf in Aruba. Dit omdat zij tussen 16 oktober 2007 en 26 mei 2011 in strijd met de aan haar verleende tijdelijke verblijfsvergunning in dienstverband heeft gewerkt, wat volgens artikel 10 van Pro de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) gelijkstaat aan verblijf zonder vergunning.
Appellante voerde aan dat zij gedurende die periode wel toelating had op grond van haar vergunningen en dat de weigering in strijd was met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het Gerecht oordeelde dat de Gouverneur terecht heeft vastgesteld dat appellante gedurende het verblijfsgat geen verblijfsrecht had en dat de weigering van bevestiging van de optieverklaring daarom gerechtvaardigd was. Verder werd geoordeeld dat de redelijke termijn niet was overschreden, aangezien de bezwaar- en beroepsprocedure binnen de toegestane termijnen was afgerond.
Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.E.B. de Haseth op 6 september 2023. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie binnen zes weken na dagtekening.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van bevestiging van de optieverklaring tot Nederlanderschap wordt ongegrond verklaard.