ECLI:NL:OGEAA:2023:150
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing conservatoir derdenbeslag op bankrekening
In deze zaak vordert eiser de opheffing van conservatoir derdenbeslag dat door gedaagde op zijn bankrekening is gelegd. Het beslag betreft een bedrag van Afl. 249.239,- ter verzekering van een vordering van gedaagde op eiser. Eiser stelt dat het beslag onrechtmatig en onnodig is en dat hij voldoende verhaal biedt zonder beslag.
Gedaagde heeft een gemotiveerd verweer gevoerd en stelt dat het beslag noodzakelijk is ter verhaal van haar vordering. Zij heeft toegelicht dat eiser geen toestemming heeft gegeven voor overmakingen naar zijn privé bankrekening en dat de volmacht gezamenlijk door eiser en zijn zus moet worden uitgeoefend. Het Gerecht oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vordering ondeugdelijk of het beslag onnodig is.
Verder is niet gebleken van misbruik van recht bij het leggen van het beslag. Het belang van gedaagde bij handhaving van het beslag weegt zwaarder dan het belang van eiser bij opheffing. De proceskosten worden gecompenseerd. Het vonnis is gewezen door rechter J.M.J. Keltjens op 19 juli 2023.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir derdenbeslag op de bankrekening van eiser wordt afgewezen.