Uitspraak
1.DE PROCEDURE
- het verzoekschrift, ingediend op 10 maart 2022,
- de mondelinge behandeling ter zitting van 17 mei 2022, waarbij alleen aanwezig was verzoekster in persoon, vergezeld door [X].
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoekster heeft bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een verzoek ingediend tot onderbewindstelling en instelling van mentorschap over haar broer, met zichzelf als bewindvoerder en mentor. Het verzoek betreft de vraag of betrokkene vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is zijn vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.
Het gerecht heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 1:431 lid 1 BW Pro voor bewind en artikel 1:450 lid 1 BW Pro voor mentorschap. Uit de overgelegde stukken, waaronder een verklaring van de huisarts, blijkt niet dat betrokkene niet in staat is zijn belangen te behartigen. De huisarts vermeldde enkel dat betrokkene vanwege zijn gezondheid niet op straat kan leven en het beste in zijn eigen huis woont, zonder nadere onderbouwing.
Tijdens de zitting was alleen verzoekster aanwezig, die toelichtte dat het verzoek bedoeld is om juridische stappen te kunnen ondernemen tegen een nicht die in de woning van betrokkene woont en hem daaruit zou hebben verdreven. Betrokkene zelf en andere familieleden waren niet aanwezig. Het gerecht acht de terughoudendheid van betrokkene om juridische stappen te ondernemen onvoldoende als indicatie voor onbekwaamheid.
Daarom concludeert het gerecht dat niet is voldaan aan de wettelijke criteria voor onderbewindstelling en mentorschap en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot onderbewindstelling en mentorschap is afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van onbekwaamheid.