ECLI:NL:OGEAA:2022:348
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing uitzettingsbevel vanwege lopende aanvraag verblijfsvergunning gezinshereniging
Verzoekster verblijft sinds 2017 zonder geldige verblijfstitel in Aruba. Na afwijzing van eerdere aanvragen voor verblijf en asiel, heeft zij op 30 september 2022 een nieuwe aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging bij haar partner, een genaturaliseerde Nederlander met wie zij een samenlevingsovereenkomst heeft.
Verweerder heeft op 12 september 2022 een bevel tot uitzetting en een terugkeerverbod van 66 maanden opgelegd. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om schorsing van het uitzettingsbevel op grond van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
Het gerecht oordeelt dat hoewel verzoekster zonder geldige verblijfstitel verblijft, het aannemelijk is dat haar partner nu aan het inkomensvereiste voldoet, hetgeen de enige afwijzingsgrond was voor de eerdere aanvraag. Hierdoor is de kans reëel dat de minister alsnog de verblijfsvergunning zal verlenen. Daarom zou onmiddellijke uitvoering van het uitzettingsbevel een onevenredig nadeel opleveren.
Het gerecht besluit het uitzettingsbevel te schorsen totdat op het bezwaar is beslist en gelast terugbetaling van het gestorte griffierecht. Deze voorlopige voorziening is niet bindend in de bodemprocedure en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bevel tot uitzetting van verzoekster wordt geschorst totdat op het bezwaar is beslist.