ECLI:NL:OGEAA:2022:311
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding en toekenning immateriële schadevergoeding
Appellant heeft op 14 januari 2020 een verzoek tot openbaarmaking ingediend bij de minister van Justitie en Sociale Zaken. Na het uitblijven van een beschikking maakte appellant bezwaar op 10 maart 2020. De minister nam op 24 januari 2021 een beslissing, waartegen appellant op 6 april 2021 bezwaar maakte. Omdat geen beschikking op dat bezwaar volgde, stelde appellant op 17 augustus 2021 beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
Het Gerecht oordeelde dat het bezwaar van 6 april 2021 als een beroepschrift moet worden aangemerkt. De beroepstermijn liep van 25 januari 2021 tot 7 maart 2021, maar het beroep werd pas op 17 augustus 2021 ingesteld, waardoor het niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding. Appellant ontving de beschikking op bezwaar op 24 februari 2021, binnen de beroepstermijn, zodat geen sprake was van een redelijke termijn voor het indienen van het beroep na ontvangst.
Daarnaast heeft appellant een verzoek gedaan om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het Gerecht stelde vast dat de behandeling van bezwaar en beroep ongeveer tweeënhalf jaar duurde, waarbij de overschrijding van zes maanden geheel voor rekening van de minister kwam. Daarom werd de minister veroordeeld tot betaling van Afl. 500,- immateriële schadevergoeding en werd het door appellant betaalde griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 500,- immateriële schadevergoeding.