ECLI:NL:OGEAA:2022:259
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbevel zonder geldige verblijfstitel
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, verbleef sinds 17 juni 2018 illegaal in Aruba zonder geldige verblijfstitel. Op 13 februari 2022 werd een uitzettingsbevel tegen hem uitgevaardigd met een terugkeerverbod van 54 maanden. Verzoeker maakte bezwaar en diende een verzoek tot voorlopige voorziening in om het bevel te schorsen.
Het gerecht stelde vast dat verzoeker sinds zijn binnenkomst als toerist geen geldige verblijfsvergunning had en dat hij tot de datum van uitzetting geen lopende vergunningsaanvragen had ingediend. Hoewel verzoeker stelde dat zijn gemachtigde bezig was met het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar bij de Departamento di Progreso Laboral, bleek uit de stukken dat tot 29 april 2022 geen verzoek was ingediend.
Het gerecht oordeelde dat verweerder bevoegd was tot uitzetting op grond van de Landsverordening toelating en uitzetting. De onmiddellijke uitvoering van het bevel bracht geen onevenredig nadeel mee in verhouding tot het belang van de uitvoering. Daarom werd het verzoek tot schorsing afgewezen en geen voorlopige voorziening getroffen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel wordt afgewezen wegens ontbreken van onevenredig nadeel en uitzicht op legalisatie.