ECLI:NL:OGEAA:2022:257
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbevel wegens illegaal verblijf in Aruba
Verzoekster verblijft sinds 2014 illegaal in Aruba nadat haar tijdelijke verblijfsvergunningen niet werden verlengd. Verweerder heeft op 27 maart 2022 een bevel tot uitzetting en een periode van niet-toelating van 96 maanden opgelegd. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om schorsing van het bevel in afwachting van een beslissing op bezwaar.
De voorzieningenrechter overwoog dat het bevel tot uitzetting rechtmatig is gegeven op grond van de Landsverordening toelating en uitzetting. Hoewel verzoekster een nieuwe aanvraag tot verblijf had ingediend en een beroep deed op een bijzondere band met Aruba en artikel 8 EVRM Pro, was niet aannemelijk gemaakt dat zij aan de voorwaarden voldoet of dat er objectieve belemmeringen zijn voor het uitoefenen van haar familieleven buiten Aruba.
Verder is niet gebleken dat de minister gehouden is de vergunning te verlenen. Verzoekster heeft ook nagelaten rechtsmiddelen in te zetten tegen eerdere afwijzingen. Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel wordt daarom afgewezen. Er worden geen proceskosten toegewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel wordt afgewezen en het uitzettingsbevel blijft van kracht.