ECLI:NL:OGEAA:2022:256
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens onvoldoende aannemelijkheid vervolgingsgevaar
Verzoeker, een Venezolaanse staatsburger die clandestien op Aruba is aangekomen, diende een asielaanvraag in die door de minister van Arbeid, Integratie en Energie werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze afwijzing en vroeg om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de afwijzing te schorsen.
Het gerecht overwoog dat verzoeker onvoldoende bewijs heeft geleverd dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft op grond van het Vluchtelingenverdrag. Zijn verklaring over een incident met politiefunctionarissen in Venezuela werd niet nader onderbouwd en er was geen bewijs van vervolging wegens politieke overtuiging. Ook was niet aannemelijk dat hij risico loopt op foltering of onmenselijke behandeling zoals bedoeld in het EVRM.
Verzoekers argument dat hij tijdens zijn ophouding niet alles kon verklaren werd verworpen, mede omdat hij na vrijlating de mogelijkheid had documenten in te dienen en ter zitting geen nieuwe feiten aanvoerde. De voorzieningenrechter concludeerde dat de bestreden beschikking naar verwachting in bezwaar stand zal houden en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij risico loopt op vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer.