Uitspraak
1.DE PROCEDURE
- akte overlegging stukken zijdens partijen, overgelegd op 13 oktober 2020;
- de op 21 januari 2021 ingediende nadere producties door de moeder;
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De zaak betreft een verzoek van de vader om de alimentatiebeschikking van 3 september 2019 te wijzigen, waarbij zijn bijdrage in de kinderalimentatie op nihil of lager werd gesteld. Het gerecht bevestigde dat er sprake is van een zodanige wijziging van omstandigheden dat de alimentatiebeschikking achterhaald is en niet langer aan de wettelijke maatstaven voldoet.
Partijen zijn ouders van drie minderjarige kinderen van 16, 12 en 4 jaar. De vader betaalde aanvankelijk Afl. 1.300,- per maand en sinds maart 2020 Afl. 300,-. De kinderen verblijven regelmatig bij de vader, wat invloed heeft op de alimentatiebehoefte. Het gerecht hanteerde forfaitaire bedragen voor de kosten van verzorging en opvoeding, rekening houdend met bijzondere kosten zoals naschoolse opvang.
De draagkracht van beide ouders werd vastgesteld op basis van loonstroken en noodzakelijke vaste lasten. De vader houdt maandelijks Afl. 647,- over voor alimentatie, de moeder Afl. 2.659,-. Op grond hiervan werd de bijdrage van de vader per kind vastgesteld op Afl. 120,-, 165,- en 140,- per maand respectievelijk, ingaande 1 oktober 2020.
De beschikking van 3 september 2019 wordt gewijzigd, het overige werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter N.K. Engelbrecht en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2021.
Uitkomst: De maandelijkse bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen wordt per 1 oktober 2020 verlaagd tot respectievelijk Afl. 120,-, 165,- en 140,- per kind.