ECLI:NL:OGEAA:2021:217
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegekend voor verblijf met bijzondere band met Aruba
Verzoekster, die sinds haar twaalfde op Aruba verblijft en langdurig onder voogdij van de Arubaanse overheid stond, vroeg om een tijdelijke verblijfsvergunning op grond van een bijzondere band met Aruba. Verweerder wees de aanvraag af omdat verzoekster niet voldeed aan de eis van minimaal 120 maanden hoofdverblijf. Verzoekster stelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met haar feitelijke binding met Aruba.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende alle relevante omstandigheden had betrokken, met name het langdurige verblijf onder voogdij van de overheid en haar integratie in de Arubaanse samenleving. De rechter benadrukte dat de belangenafweging bij artikel 8 EVRM Pro alle feiten moet omvatten en dat het niet rechtmatig verblijf niet zonder meer tegen verzoekster kan worden gebruikt.
Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen, waardoor verzoekster voorlopig als houder van een geldige verblijfsvergunning wordt behandeld totdat op haar bezwaar is beslist. De griffierechten werden terugbetaald en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoekster wordt voorlopig behandeld als houder van een geldige verblijfsvergunning.