ECLI:NL:OGEAA:2021:139

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
21 april 2021
Publicatiedatum
30 april 2021
Zaaknummer
AUA202003317
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 caoArt. 226 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering kerstbonus wegens ontbreken spoedeisend belang

De Vakbond Sindicato di Trahadornan di Aruba (STA) vorderde in kort geding dat Aruba Airport Authority (AAA) de kerstbonus, gelijk aan een maand brutoloon, aan haar werknemers zou betalen. STA baseerde haar vordering op artikel 13 lid 1 van Pro de toepasselijke cao, waarin recht op deze gratificatie is vastgelegd. AAA verweerde zich door te stellen dat door de Covid-19 pandemie de luchthavenactiviteiten sterk waren teruggelopen, wat leidde tot een daling van inkomsten en arbeidstijdverkorting met loonaanpassing, waarover schriftelijke overeenstemming met werknemers bestond.

De rechtbank oordeelde dat STA niet-ontvankelijk was in haar vordering wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Hoewel de werknemers hun reguliere loon volledig ontvingen ondanks de pandemie, had STA onvoldoende onderbouwd waarom een onmiddellijke voorziening noodzakelijk was. Het feit dat 58 werknemers op basis van een Sociaal Plan waren afgevloeid, deed hieraan niet af. Hierdoor kon van STA niet worden verlangd om niet te wachten op een bodemprocedure.

De vordering werd daarom afgewezen en STA werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op Afl. 1.500,-. Alle overige inhoudelijke stellingen bleven onbesproken. Het vonnis werd uitgesproken op 21 april 2021 door rechter J.J. Verhoeven.

Uitkomst: De vordering tot betaling van de kerstbonus wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

Vonnis van 21 april 2021
Behorend bij K.G. nr. AUA202003317
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
De Vakbond Sindicato di Trahadornan di Aruba (STA),
gevestigd in Aruba,
eiseres,
hierna ook te noemen: STA,
gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi,
tegen:
de naamloze vennootschap
ARUBA AIRPORT AUTHORITY N.V.,
gevestigd in Aruba,
gedaagde,
hierna ook te noemen: AAA,
gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties;
- de brief d.d. 16 maart 2021 van STA met 7 producties;
- de e-mail d.d. 16 maart 2021 van STA met 3 (ongenummerde) producties;
- de brief d.d. 16 maart 2021 van AAA met 19 producties;
- de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 26 maart 2021, waar partijen onder het overleggen van een pleitnota hun standpunten hebben toegelicht.
1.2
Vonnis is bepaald op heden.

2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1
STA vordert dat het gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
a. AAA veroordeelt om aan de door STA vertegenwoordigde werknemers van AAA de kerstbonus (gelijk aan één maand brutoloon) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en met wettelijke rente;
b. te dezen enige andere in goede justitie te vermenen beslissing neemt;
c. AAA veroordeelt in de proceskosten.
2.2
STA legt aan haar vordering ten grondslag dat de werknemers op grond van artikel 13 lid 1 van Pro de toepasselijke cao recht hebben op betaling in de eerste week van december van een gratificatie (in navolging van partijen ook aangeduid als: de kerstbonus) ter hoogte van een maand salaris. AAA heeft in december 2020 deze kerstbonus niet aan de medewerkers uitbetaald.
2.3
AAA voert verweer en concludeert dat STA niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, kosten rechtens. Daartoe stelt zij, kort gezegd, het volgende. Ten gevolge van de Covid-19 pandemie zijn de passagiersaantallen op de door AAA geëxploiteerde luchthaven Reina Beatrix sterk gedaald. Dit heeft op haar beurt geleid tot een scherpe daling van de inkomsten. Ook was er door het wegvallen van een zeer groot deel van de bedrijfsactiviteiten veel minder werk voorhanden dan normaal. Vanwege de teruggelopen omzet heeft AAA loonsubsidie aangevraagd bij de Arubaanse overheid. Mede omdat de SVb op last van de Nederlandse overheid voor het verkrijgen van loonsubsidie als voorwaarde stelde dat er een loonkorting zou worden doorgevoerd, is met de werknemers afgesproken dat er in ruil voor arbeidstijdverkorting naar rato loon zou worden ingeleverd. Het percentage arbeidstijdverkorting en de pro rata loonkorting verschilde per medewerker. Overeengekomen is voorts dat de loonkorting niet zou plaatsvinden door een inhouding op het reguliere maandsalaris, maar doordat zou worden gekort op emolumenten zoals de kerstbonus en eventuele andere vergoedingen. Alle werknemers zijn hiermee schriftelijk akkoord gegaan.
2.4
Voorzover van belang voor de beoordeling van de vorderingen worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3.DE BEOORDELING

3.1
Er zijn gronden gesteld noch gebleken die meebrengen dat STA niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van AAA wordt daarom verworpen.
3.2
De vraag die partijen verdeeld houdt is of de (bij STA aangesloten) werknemers van AAA recht hebben op betaling van de kerstbonus die bestaat uit één maandsalaris.
3.3
Het eerste lid van artikel 226 Rv Pro bepaalt dat in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, de belanghebbende partij zich tot het gerecht kan wenden met het verzoek om in zo’n zaak zo spoedig mogelijk een beslissing bij voorraad te geven. Aldus moet het gaan om een kwestie die met zich brengt dat van de belanghebbende partij in redelijkheid niet kan worden gevergd om een beslissing van de bodemrechter af te wachten.
3.4
STA stelt dat zij een geen uitstel duldende voorziening bij voorraad behoeft. Zij heeft echter niet onderbouwd waarom voor alle bij haar aangesloten werknemers geldt dat zij een spoedeisend belang hebben bij toewijzing van de vordering. Nu tussen partijen vaststaat dat de werknemers, ondanks de Covid-19 pandemie en de negatieve effecten die dit had en heeft op de bedrijfsvoering van AAA, nog steeds 100% van hun reguliere loon uitbetaald (zullen) krijgen - anders dan zeer veel andere werknemers in Aruba, waaronder de 58 werknemers van AAA die op grond van een Sociaal Plan zijn afgevloeid -, had het op de weg van STA gelegen om het spoedeisend belang naar behoren te onderbouwen. Zonder die onderbouwing valt niet in te zien dat van STA (lees: voornoemde leden) in redelijkheid niet gevergd kan worden om een beslissing van de bodemrechter op dit punt af te wachten. Aldus komt niet vast te staan dat STA spoedeisend belang heeft bij (toewijzing van) haar hiervoor in nummer 2.1 onder a. omschreven vordering. Die vordering zal reeds daarom worden afgewezen, wat met zich brengt dat alle overige stellingen van partijen (wat van de inhoud daarvan ook zij) onbesproken kunnen blijven.
3.5
STA zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van AAA, tot aan deze uitspraak begroot op
Afl. 1.500,-- aan gemachtigdensalaris.

4.DE UITSPRAAK

Het gerecht, rechtdoende in kort geding:
4.1
wijst de vorderingen van STA af;
4.2
veroordeelt STA in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van AAA, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Verhoeven, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 21 april 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.