ECLI:NL:OGEAA:2020:84
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren inbewaringstelling tijdens asielprocedure in Aruba
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, is op 12 november 2019 in bewaring gesteld door de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie van Aruba. De rechter-commissaris heeft eerder geoordeeld dat deze vrijheidsontneming rechtmatig is. Verzoeker heeft op 31 januari 2020 een verzoek ingediend om de voortzetting van de inbewaringstelling te toetsen, waarbij de beoordeling zich richt op de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring.
Verzoeker heeft op 2 december 2019 een asielverzoek ingediend bij DIMAS, conform de voorgeschreven procedure. Na indiening van aanvullende documenten op 19 december 2019, die vanwege het kerstreces pas medio januari 2020 zijn beoordeeld, is ter zitting verklaard dat binnen de eerste week van februari 2020 een beslissing op het asielverzoek zal worden genomen.
De rechter-commissaris overweegt dat het indienen van een asielverzoek niet automatisch leidt tot onrechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring. Wel dient de asielprocedure voortvarend te worden behandeld. Gezien de gang van zaken en de korte termijn waarop een beslissing wordt verwacht, is er geen reden om het voortduren van de inbewaringstelling onrechtmatig te achten. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de inbewaringstelling wordt afgewezen omdat het voortduren van de bewaring rechtmatig is tijdens de behandeling van het asielverzoek.