ECLI:NL:OGEAA:2020:563
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering op grond van schuldbekentenis inzake huurachterstand
De zaak betreft een vordering van eiser tegen gedaagde voor betaling van een huurachterstand en bijkomende kosten. Gedaagde huurde een woning van eiser en erkende een schuld via een schuldbekentenis uit 2014, waarin zij zich verplichtte de schuld binnen zes maanden te voldoen. Na het intrekken van een kort geding door eiser, bleef de schuld onbetaald en werd conservatoir beslag gelegd.
Gedaagde betwistte de hoogte van de hoofdsom en stelde dat zij slechts een lager bedrag verschuldigd was, mede omdat eiser de schuldbekentenis niet had ondertekend. Het gerecht oordeelde dat de schuldbekentenis als onderhandse akte dwingend bewijs oplevert, tenzij tegenbewijs wordt geleverd. Gedaagde slaagde er slechts gedeeltelijk in het bewijs te ontzenuwen door een klein verschil in huurbedrag aan te tonen.
De borgsom kon niet in mindering worden gebracht op de huurachterstand, aangezien deze bedoeld is voor herstelkosten en nog niet was verrekend. Het gerecht kende een vermindering van de hoofdsom toe met Afl. 256,00 en wees de contractuele rente toe vanaf 15 april 2015. De buitengerechtelijke incassokosten werden beperkt toegewezen en gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 12.498,52 met contractuele rente en incassokosten, en tot betaling van proceskosten.