ECLI:NL:OGEAA:2020:433
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering achterstallig salaris wegens onvoldoende bewijs arbeidsovereenkomst
Verzoekster vorderde betaling van achterstallig salaris van Ford Property Management Services N.V. op grond van een beëindigingsovereenkomst. Het Gerecht stelde verzoekster in de tussenbeschikking van 3 december 2019 in de bewijslast om aan te tonen dat partijen een achterstallig salaris van Afl. 16.920,- netto waren overeengekomen.
Verzoekster betoogde dat zij dit reeds had bewezen en dat het Gerecht ten onrechte niet van de bewijslastverdeling was teruggekomen. Het Gerecht oordeelde dat deze beslissing een eindbeslissing was waar niet zonder meer van kon worden afgeweken, tenzij sprake was van een evidente misslag, wat niet was aangetoond.
Uit de stukken bleek dat de door verzoekster opgevoerde facturen en e-mailcorrespondentie niet voldoende steun boden voor haar stelling. Integendeel, de factuur van Holistica Property Management, een onderneming van verzoekster, toonde aan dat zij commissie ontving voor de verkoop van woningen, hetgeen niet uit hoofde van een arbeidsovereenkomst was. De verklaring van verzoekster werd door het Gerecht niet als doorslaggevend beschouwd.
Daarom stelde het Gerecht vast dat niet was komen vast te staan dat Ford achterstallig salaris verschuldigd was. Zowel het verzoek in conventie als in reconventie werden afgewezen en partijen werden in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het verzoek tot betaling van achterstallig salaris wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.